NJ 2025/211
Diefstal uit woning d.m.v. babbeltruc. Afwijzing vordering immateriële schade. Geen aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106 onder b BW.
HR 08-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1118
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, M. Kuijer
- Zaaknummer
23/03272
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD20892:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1118, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:780, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
Diefstal uit een woning d.m.v. een babbeltruc. Afwijzing van de vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade. Geen aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106 aanhef en onder b BW.
Samenvatting
Het cassatiemiddel klaagt over de toewijzing door het hof van de vordering van € 500 tot vergoeding van immateriële schade van de benadeelde partij en over de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het middel slaagt om redenen vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 14 tot en met 18. Voorop gesteld wordt hetgeen is overwogen in HR 28 mei 2019, NJ ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.