De grenzen van het recht op nakoming
Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/2.1:2.1 Inleiding
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS381160:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk behandel ik de eerste deelvraag: wat is de plaats van het recht op nakoming in het remediearsenaal van de onderzochte rechtsstelsels en wat zou de plaats van het recht op nakoming moeten zijn in een eventuele regel van Europees contractenrecht? Het hoofdstuk bevat twee onderdelen. In de eerste plaats geeft het een introductie op de volgende hoofdstukken. Zo schets ik in dat kader in par. 2.3 de vereisten en de verweermiddelen van het recht op nakoming in de onderzochte rechtsstelsels. In par. 2.4 beschrijf ik vervolgens de hoofdlijnen van het debat dat in de rechtseconomische literatuur wordt gevoerd over de efficiëntie van het recht op nakoming. In de tweede plaats snijd ik in dit hoofdstuk twee nakomingsvragen aan van dogmatische aard. In par. 2.2 zoek ik antwoord op de vraag wat de (wettelijke) grondslag is van het materiële recht op nakoming naar Nederlands recht. In par. 2.5 doe ik een poging de vraag te beantwoorden hoe de hoofdregel over het recht op nakoming zou moeten luiden in een eventueel Europees Burgerlijk Wetboek. In par. 2.6 sluit ik af met een conclusie.