Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/9.3.4:9.3.4 Ponteceen/Van Straten
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/9.3.4
9.3.4 Ponteceen/Van Straten
Documentgegevens:
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS346075:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 23 januari 2004, NJ 2005, 510 en Ondernemingsrecht 2004/81 m.nt. P. Van Uchelen (Ponteceen/Van Straten), r.o. 4.9.
Rechtsoverweging 7.6 van het vonnis, kenbaar uit HR 23 januari 2004, NJ 2005, 510 enOndernemingsrecht 2004/81 m.nt. P. Van Uchelen (Ponteceen/Van Straten). Het hof had dit vonnis vernietigd, doch de Hoge Raad had het arrest van het hof weer vernietigd en had blijkens voormelde overweging aansluiting gezocht bij het vonnis van de rechtbank.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het in 2004 gewezen arrest Ponteceen/Van Straten1 overwoog de Hoge Raad (mijns inziens terecht) dat de bestuurder (Van Straten) van een vennootschap (Stratex) die haar 100% belang in twee vennootschappen (Tectomat) had verkocht aan een andere vennootschap (Ponteceen), persoonlijk aansprakelijk was op grond van onrechtmatige daad als gevolg van bewust onjuiste informatieverstrekking door Stratex aan Ponteceen. Dat was volgens de Hoge Raad zo omdat de bestuurder:
“enig aandeelhouder en statutair directeur was van Stratex en bij de voorbereiding en het sluiten van de onderhavige transactie, blijkens de tussen partijen gewisselde stukken, ten nauwste betrokken was”
Hieraan voorafgaand had de rechtbank overwogen:2
“Ten aanzien van de positie van Van Straten geldt het volgende. Door gedaagden is niet betwist dat de onderhandelingen over de overname namens Stratex steeds zijn gevoerd door Van Straten en dat het Van Straten is geweest die de informatie aan Ponteecen heeft verstrekt. Van Straten was (indirect) enig aandeelhouder en bestuurder van de vennootschappen. De tekortkoming van Stratex kan onder omstandigheden meebrengen dat Van Straten als bestuurder op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk is, indien hem een persoonlijk verwijt treft. In casu kan Van Straten een dergelijk verwijt gemaakt worden, nu hij immers nauw was betrokken bij de totstandkoming van de overeenkomst, hij in feite de volledige zeggenschap had over de vennootschappen en hij, gezien hetgeen hiervoor is overwogen, wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de door hem in april 1997 verstrekte gegevens geen getrouw beeld gaven van de werkelijke financiële situatie van de vennootschappen. De door gedaagden gestelde (doch door Ponteecen betwiste) omstandigheid dat Van Straten zich niet meer met de dagelijkse gang van zaken binnen de vennootschappen bezighield kan, indien al juist, hem niet van persoonlijke aansprakelijkheid ontslaan, gezien zijn formele positie van enig aandeelhouder en bestuurder van de vennootschappen en zijn nauwe betrokkenheid bij de onderhandelingen. Dit betekent dat Van Straten (naast Stratex) aansprakelijk is voor de door Ponteecen ten gevolge van zijn onrechtmatig handelen geleden schade.”