Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.2.2.d
9.2.2.d Terughoudendheid bij het gelasten van een deskundigenonderzoek
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS596534:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Aldus ook De Kam (1994), p. 66-67; Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/686. Opvallend is wel dat de OK in 2012 maar liefst zeven keer een deskundigenonderzoek gelast, zie
OK 14 maart 1991, NJ 1991/619 (INHAM); OK 22 november 1990, NJ 1991/618 (Nierstrasz); OK 21 december 1989, TVVS 1990, p. 260 (Proost & Brandt); OK 29 juni 1989, rolnr. 261/89, n.g. (VNU Dagbladengroep); OK 18 mei 1989, TVVS 1990, p. 261 (Naarden International); OK 9 februari 1989, NJ 1990/174 (Vereenigde Glasfabrieken).
OK 23 september 2004 (ro. 3.10), JOR 2004/297 (Vodafone Libertel). Een voorbeeld van een zaak waarin de kosten van het deskundigenonderzoek de prijs voor de aandelen overstijgt, is de uitkoopprocedure inzake Glanerbrook. De kosten voor het deskundigenonderzoek bedragen in totaal E 7.200, 00. De door de uitkoper te betalen uitkoopsom voor de resterende 128 aandelen is op basis van de vastgestelde prijs van E 45, 38 daarentegen in totaal E 5, 808.64. Zie OK 18 maart 2014, JOR 2014/162 (Glanerbrook). Hierover Leijten onder JOR 2014/95.
O.m. OK 31 juli 2012, ARO 2012/129 (TIC); OK 3 april 2012, ARO 2012/59 (Gamma Holding); OK 24 januari 2012, JOR 2012/78 (Cascal); OK 27 juli 2010, JOR 2010/342 (Jetix); OK 13 oktober 2009, JOR 2009/322 (Univar); OK 14 februari 2008, ARO 2008/69 (Endemol Investments Holding); OK 30 november 2006, ARO 2006/203 (Brainpower); OK 18 augustus 2005, ARO 2005/170 (Copaco); OK 20 februari 1992, rolnr. 1137/91, n.g. (Incotrans); OK 13 juni 1991, rolnr. 305/91, n.g. (Philabel); OK 31 mei 1990, NJ 1991/617 (VBF Beheermaatschappij Arnhem); OK 22 juni 1989, TVVS 1990, p. 232 (Bathpolders).
O.m. OK 11 december 2012, JOR 2013/72 (Gamma Holding); OK 8 mei 2012, ARO 2012/73 (Cascal); OK 9 november 2006 (ro. 2.3), ARO 2006/189 (Encore Media Systems). Vgl. OK 8 mei 2012, ARO 2012/73 (Cascal); OK 9 oktober 2003, ARO 2003/173 (Plasticon Holding); OK 17 juni 1999, rolnr. 1287/97, n.g. (Vitatron); OK 11 februari 1999, rolnr. 1429/97, n.g. (Hotel Maatschappij Rotterdam); OK 12 maart 1998, rolnr. 1012/97, n.g. (Noord- en Zuidhollandse Lloyd); OK 26 oktober 1995, rolnr. 597/93, n.g. (Cacao- en Chocoladefabriek Union). Opmerkelijk in dit verband is de uitkoopprocedure inzake Verenigde Kinderen Clifford. De OK stelt de eiser tot driemaal toe in de gelegenheid nadere stukken in het geding te brengen, zonder dat zij een deskundigenonderzoek beveelt. Het is mij niet duidelijk waarom de OK na het tweede tussenarrest geen deskundigenonderzoek gelast. Zie OK 3 januari 2008, ARO 2008/13, OK 19 mei 2009, ARO 2009/94, OK 14 juli 2009, ARO 2009/ 123 en OK 8 september 2009, ARO 2009/145 (Verenigde Kinderen Clifford).
O.m. OK 19 maart 2013, ARO 2013/61 (Teleplan); OK 31 januari 2012, JOR 2012/110 (Dim Vastgoed); OK 9 maart 2010, JOR 2010/154 (Rodamco); OK 29 juni 2006, ARO 2006/124 (Koninklijke Volker Wessels Stevin); OK 17 maart 2005, ARO 2005/48 (Hycail); OK 23 september 2004, JOR 2004/297 (Vodafone Libertel); OK 3 april 1997, TVVS 1997, p. 283 (Hotel de l’Europa); OK 3 oktober 1996, rolnr. 1438/93, n.g. (Berkel’s Patent); OK 10 december 1992, NJ 1993/324 (Billiton); OK 14 november 1991, TVVS 1992, p. 208 (Nederlandse Scheepshypotheekbank); OK 28 maart 1991, rolnr. 1440/88, n.g. (Kluwer).
O.m. OK 8 oktober 2013, JOR 2014/95 (Glanerbrook); OK 20 maart 2012, ARO 2012/49 (Gucci Group); OK 13 maart 2008, ARO 2008/70 (Bronnebad Nieuweschans-Bunde); OK 5 oktober 1992, rolnr. 79/92, n.g. (Vis Beheer); OK 19 april 1990, NJ 1990/546 (Thomassen). In de uitkoopprocedure inzake Veth Consulting vraagt de uitkoper zelf direct om een deskundigenonderzoek voor de waardebepaling, zie OK 17 september 1992, NJ 1993/87 (Veth Consulting). De OK wijst dit toe.
Vgl. OK 14 november 1991, NJ 1992/328 (Amsterdamsche Stand), waarin de OK de overgelegde waardeberekening van de accountant op inhoudelijke gronden verwerpt, maar de uitkoper vervolgens toch in de gelegenheid stelt om een nadere toelichting te geven. Slagter (1996b), p. 320, is kritisch over de in zijn ogen onvoldoende motivering van de OK bij het al dan niet verwerpen van de door de uitkoper overgelegde waarderingsberekeningen.
De OK is over het algemeen terughoudend in het gelasten van een deskundigenonderzoek.1 De relatief hoge kosten van een onderzoek staan volgens haar vaak niet in verhouding met het betrekkelijk geringe aantal over te dragen aandelen en de bijlage 2, tabel 5.1. Evenzo Buijn/Storm (2013), p. 1132; Bulten/Willems (2014), p. 211-218. vermoedelijke waarde daarvan.2 Wel benadrukt zij dat – ook wanneer het aantal over te dragen aandelen relatief beperkt is – het belang van de gedaagde een deskundigenonderzoek kan vereisen, bijvoorbeeld indien de geboden prijs ‘in relevante zin afwijkt van de (huidige) waarde de aandelen’.3
Indien de OK zich onvoldoende voorgelicht acht om de prijs vast te stellen, gelast zij veelal niet direct een deskundigenonderzoek. Zij stelt de uitkoper dan eerst in de gelegenheid om nadere stukken in het geding te brengen.4 Slaagt de uitkoper er vervolgens niet in om de verlangde stukken over te leggen of zijn deze niet voldoende, dan is een deskundigenonderzoek onvermijdelijk.5
De OK benoemt doorgaans wel direct één of drie deskundigen, als de gedaagde gemotiveerd verweer voert tegen de gevorderde prijs en de daaraan ten grondslag liggende waardering.6 Ook als de uitkoper de voorgestelde prijs niet of nauwelijks onderbouwt of de OK de overgelegde stukken op inhoudelijke gronden verwerpt, gelast zij veelal onmiddellijk een deskundigenonderzoek.7
Het blijft echter lastig om precies aan te geven wanneer de OK direct een deskundigenonderzoek gelast omdat zij de overgelegde stukken onvoldoende acht en wanneer zij nog wel ruimte ziet om de uitkoper in de gelegenheid te stellen nadere stukken in het geding te brengen ter onderbouwing van de gevorderde uitkoopprijs.8
Een duur en tijdrovend deskundigenonderzoek is volgens mij in veel gevallen niet nodig. Vaak ontbreken de vereiste standaardstukken of acht de OK deze onvoldoende om zelfstandig de prijs vast te stellen (§ 11.3.3 sub d). Dit is grotendeels te voorkomen door duidelijke criteria in de wet op te nemen voor de stukken die de uitkoper in het geding dient te brengen. Ik pleit voor een regeling naar het voorbeeld van België en Duitsland, waarbij de uitkoper voor het vaststellen van de prijs een verklaring (of een rapport) van een onafhankelijk deskundige in het geding brengt. Hij moet onderzoeken of de gevorderde uitkoopprijs billijk is en uitleg geven over de gebruikte waarderingsmethodes. De OK dient vervolgens (alleen) deze verklaring te beoordelen. Een deskundigenonderzoek is in deze opzet slechts noodzakelijk als een gedaagde aantoont dat de prijs, ondanks de verklaring van de partijdeskundige, niet billijk is. Zie over dit voorstel § 9.2.3.