NJB 2024/81:Beantwoorden door de politie van inkomende oproepen op een van de onder de verdachte inbeslaggenomen mobiele telefoons vormt in casu geen vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv. Van belang is dat zodanige beantwoording niet een onderzoek aan die inbeslaggenomen telefoons behelst, zodat de bevoegdheid daartoe niet kan worden gevonden in de wettelijke grondslag voor inbeslagneming. Voor zo’n niet specifiek in de wet geregelde wijze van opsporing moet worden aangenomen dat opsporingsambtenaren op grond van art. 3 Politiewet 2012 en art. 141 en 142 Sv (alleen) bevoegd zijn haar in te zetten op een wijze die een beperkte inbreuk maakt op de grondrechten van burgers en die niet zeer risicovol is voor de integriteit en de beheersbaarheid van de opsporing. In casu kon het hof oordelen dat dit het geval is.