De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/9.2.2:9.2.2 Interne aansprakelijkheid in geval van turboliquidatie
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/9.2.2
9.2.2 Interne aansprakelijkheid in geval van turboliquidatie
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS388766:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uiteraard kan van aansprakelijkheid van bestuurders op grond van artikel 2:9 BW ook sprake zijn in geval van een herleefde turbogeliquideerde BV en wel als de bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en hem hiervan een ernstig verwijt kan worden gemaakt.
Artikel 2:9 BW speelt in geval van een herleefde turbogeliquideerde BV een opmerkelijke ‘dubbelrol’. Enerzijds kan de aansprakelijkheid van artikel 2:9 BW worden gezien als een gevolg van de herleving. Zonder herleving zou de BV immers niet bestaan en zou de bestuurder van de BV ook niet aansprakelijk kunnen worden gesteld.
Anderzijds kan artikel 2:9 BW worden aangemerkt als de oorzaak van de herleving. De vordering op grond van artikel 2:9 BW wordt in de literatuur namelijk aangemerkt als bate, op grond waarvan de turbogeliquideerde BV kan herleven of failliet kan gaan. Dat de vordering van artikel 2:9 BW een bate oplevert in de zin van artikel 2:23c lid 1 BW is ook logisch, nu het een vordering van de BV zelf betreft. Dit heeft tot gevolg dat wanneer een vordering op grond van artikel 2:9 BW wordt toegewezen vermogen in de BV terecht komt, hetgeen voor vereffening in aanmerking komt.
De schuldeiser die het heropeningsverzoek of de faillissementsaanvraag doet, moet de vordering op grond van artikel 2:9 BW wel aannemelijk maken.1 Dit volgt uit de jurisprudentie:
‘Een vordering uit bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 BW kan weliswaar een bate opleveren voor de rechtspersoon, maar er is niet summierlijk gebleken dat een dergelijke vordering in dit geval kans van slagen heeft.’2
Oppedijk van Veen wijst er in dit kader op dat een procedure tot heropening of faillietverklaring in geval van een turbogeliquideerde BV zich niet leent voor een uitgebreid onderzoek naar het handelen van bestuurders en dat de vordering op grond van artikel 2:9 BW strekt tot bescherming van de belangen van de rechtspersoon, niet tot bescherming van de belangen van een derde.3
Kortom: wanneer een schuldeiser een vordering op grond van artikel 2:9 BW wil aanwenden als bate op grond waarvan de vereffening kan worden heropend, dient deze schuldeiser in het oog te houden dat de vordering op grond van artikel 2:9 BW aannemelijk dient te worden gemaakt, de heropeningsprocedure zich niet leent voor een uitgebreid onderzoek naar het al dan niet bestaan van een vordering op grond van artikel 2:9 BW en dat de vordering ex artikel 2:9 BW is voorbehouden aan de rechtspersoon.
Een goed voorbeeld van interne bestuurdersaansprakelijkheid in geval van een herleving van een turbogeliquideerde BV is de situatie waarin het bestuur weet dat er nog baten en/of schulden binnen de BV bestaan, maar de algemene vergadering hiervan niet op de hoogte stelt en bij de inschrijving van de ontbinding van de BV bij de Kamer van Koophandel aangeeft dat er ten tijde van de ontbinding geen baten meer bestaan.