De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/8.2.1:8.2.1 Klachten over de deskundigheid
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/8.2.1
8.2.1 Klachten over de deskundigheid
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702091:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor wat betreft het kwaliteitsaspect ‘deskundigheid’ kan de bespreking kort zijn. Mij is geen jurisprudentie bekend waarin bedenkingen tegen de deskundigheid van de onteigeningsdeskundige zijn geuit.
Daar zijn meerdere mogelijke redenen voor. De belangrijkste reden lijkt simpelweg dat het in de praktijk wel goed zit met die deskundigheid.1 Zoals reeds vaker vermeld, hebben onteigeningsdeskundigen vaak een lange staat van dienst waarin zij aantoonbare ervaring en expertise hebben opgebouwd. In de meerderheid behoren zij tot de meest deskundige personen op het gebied van het onteigeningsrecht in het land.2 Bovendien benoemt de rechter veelal uit een vaste groep van deskundigen met wie hij, of een onteigeningsrechter elders, reeds eerder (goede) ervaringen heeft opgedaan.
Ook kan een rol spelen dat de rechter in beginsel alleen maar onteigeningsdeskundigen benoemt die als zodanig in het LRGD staan geregistreerd. In § 7.3.2.3 en § 7.3.2.4 is het LRGD uitgebreid geanalyseerd en op basis daarvan geconcludeerd dat het LRGD een adequaat deskundigenregister is dat de deskundigheid van de deskundige – over het algemeen – op de juiste manier borgt. Bij een benoeming uit het LRGD kan een procespartij ervan uitgaan dat de deskundige over voldoende deskundigheid – in de zin van § 5.6 – beschikt om op te treden als gerechtelijk deskundige in een onteigeningsprocedure. Daardoor zullen ook in de toekomst klachten omtrent een gebrek aan deskundigheid niet of nauwelijks voorkomen. De rechter zal immers alleen deskundigen benoemen die in het LRGD zijn geregistreerd en het LRGD zal – als de aanbevelingen uit dit onderzoek worden gevolgd – verder worden opgewaardeerd.