Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/21.2.1:21.2.1 Rechtszekerheid
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/21.2.1
21.2.1 Rechtszekerheid
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS458856:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Soeteman, R&R 1992, p. 106.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gesteld kan worden dat de huidige wijze waarop binnen het Nederlandse recht het begrip godsdienst wordt uitgelegd te herleiden is tot het gedachtegoed van drie filosofische ideaaltypen: het liberaal gezindtepluralisme, het communautarisme en het accommodationisme. Het recht hangt als een lappendeken van verschillende ideaaltypen aan elkaar waardoor er bij het ene thema een meer subjectiverende en bij het andere thema een meer objectiverende uitleg van de term godsdienst wordt gehanteerd. Vanwege het beginsel van rechtszekerheid is het te verkiezen wanneer er een eenduidig begrip van godsdienst wordt gehanteerd.1 Dat de verschillende aard van de rechtsgebieden een eenduidig begrip in de weg zou staan betwijfel ik. Op dit punt kom in de volgende paragraaf (21.3) terug. Eerst wil ik mij richten op de politiek-filosofische onderbouwing voor hetzij een subjectiverende, hetzij een objectiverende uitleg van het begrip godsdienst.