Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/54:54 Doelstelling van voorspelbaarheid
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/54
54 Doelstelling van voorspelbaarheid
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS510156:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 17 juni 1992, zaak C-26/91, Jur. 1992, p. I-03967, NJ 1996/316 (Handte).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van de bevoegdheidsregels in de EEX-Verordening II moet een zekere voorspellende waarde uitgaan. De verordening is zo opgezet dat in iedere zaak aan de hand van de bevoegdheidsregels eenvoudig vastgesteld moet kunnen worden welke rechter(s) van welke lidsta(a)t(en) bevoegd is (zijn). In het arrest Handte heeft het HvJ benadrukt dat de doelstelling van het versterken van de rechtsbescherming van de Gemeenschap van degenen die er gevestigd zijn, meebrengt dat de bevoegdheidsregels van Hoofdstuk II (destijds Titel II van het EEX-Verdrag) die van het algemene beginsel afwijken, aldus worden uitgelegd, dat een gemiddeld oordeelkundige verweerder op grond daarvan redelijkerwijs kan voorzien, voor welke andere rechter dan die van de staat van zijn woonplaats hij zou kunnen worden opgeroepen.1 Het hier bedoelde algemene beginsel is dat van de bevoegdheid van de rechter van de woonplaats van de verweerder van art. 4 EEX-Vo II. Verweerders moeten kunnen voorzien voorwelke andere rechter dan de rechter van hun woonplaats zij zouden kunnen worden opgeroepen.