Omzetting van rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/5.5.2:5.5.2 Overdrachtsbelasting
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/5.5.2
5.5.2 Overdrachtsbelasting
Documentgegevens:
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS498917:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie R.T.G. Verstraaten en Y.E. Gassler, Cursus Belastingrecht (Belastingen van rechtsverkeer), Deventer: Gouda Quint, onderdeel 2.1.5.A, b4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 3.6.1.1 heb ik geconstateerd dat de omzetting van rechtspersonen op de voet van art. 2:18 BW voor de heffing van overdrachtsbelasting géén belastbaar feit impliceert voor de omzettende rechtspersoon vanwege het behoud van rechtspersoonlijkheid. Dat geldt dus ook voor de omzetting van een coöperatie in een BV en omgekeerd: de in Nederland gelegen onroerende zaken of rechten, waaraan deze zijn onderworpen, die deel uitmaken van het vermogen van de in een BV omgezette coöperatie en omgekeerd worden dan ook niet door de BV respectievelijk de coöperatie verkregen in de zin van art. 2 WBR 1970.
Hoewel de in een BV omgezette coöperatie zélf geen overdrachtsbelasting is verschuldigd met betrekking tot een van zijn vermogen deel uitmakende onroerende zaak, ligt dat onder omstandigheden anders ten aanzien van de aandeelhouder van de in een BV omgezette coöperatie indien de omzettende rechtspersoon eerst in de hoedanigheid van BV kwalificeert als een zogenoemd ‘onroerendezaaklichaam’ ex art. 4 WBR 1970. De omzetting van een coöperatie in een BV is één van de door mij in paragraaf 3.6.1.2 hiervóór onderscheiden omzettingsvormen waarbij de omzettende rechtspersoon als gevolg van de omzetting de status van onroerendezaaklichaam kan verwerven. Anders dan een coöperatie voldoet een BV immers aan het voor de status van onroerendezaaklichaam vereiste dat het lichaam een in aandelen verdeeld kapitaal heeft (art. 4 lid 1 onderdeel a WBR 1970).1 Zoals betoogt in paragraaf 3.6.1.2 hiervóór, kunnen degenen die in het kader van deze omzettingsvormen aandelen krijgen uitgereikt mijns inziens worden geconfronteerd met de heffing van overdrachtsbelasting. Dat is het geval indien zij aandelen van een zodanige omvang verkrijgen dat sprake is van een aanmerkelijk belang in de rechtspersoon na de omzetting in de zin van art. 4 lid 3 WBR 1970. Een vrijstelling van overdrachtsbelasting lijkt niet van toepassing, in het bijzonder niet de interne-reorganisatievrijstelling van art. 15 lid 1 onderdeel h WBR 1970.