Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/4.7:4.7 Conclusie
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/4.7
4.7 Conclusie
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS455260:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is de betrokkenheid van verschillende nationale niet-parlementaire instellingen bij het begrotingsproces onderzocht. De voorbereiding, de vaststelling, de uitvoering en de controle van begrotingen is niet uitsluitend het terrein van regering en parlement, maar vele instituties spelen hierbij een rol. Uiteraard zijn sommige organisaties nauwer betrokken bij de begrotingscyclus dan andere. Grofweg zijn er twee typen betrokkenheid vast te stellen. Enerzijds zijn er instellingen die zelf cijfers verstrekken waarop begrotingen (mede) gebaseerd worden. Het CPB en het CBS zijn hier duidelijke voorbeelden van, maar ook DNB komt met prognoses. Anderzijds voorzien vele instituties de regering van advies, waarbij het advies ofwel rechtstreeks gericht is op de begroting (bijvoorbeeld bij de Raad van State), ofwel het economisch beleid in het algemeen betreft (zoals bij de SER, DNB en de CEC). Uit het bovenstaande volgt dat enkel de Algemene Rekenkamer niet past in deze typologie, aangezien deze instelling met name een rol speelt bij de verantwoording van overheidsuitgaven.
Daarnaast is gebleken dat voor de betrokkenheid van deze instellingen bij het begrotingsproces vaak een (grond)wettelijke basis bestaat (bijvoorbeeld in het geval van de Raad van State of de SER), maar niet altijd (denk aan de adviestaken van de DNB of de rol van de CEC). Uit de schets van de werkzaamheden van het CPB blijkt tot slot dat er een behoorlijke discrepantie kan bestaan tussen de wettelijke rol van een instelling en haar feitelijke rol. Na deze analyse van de betrokkenheid van verschillende nationale niet-parlementaire instellingen is in ieder geval duidelijk dat de regering en de Staten-Generaal niet de enige spelers van formaat zijn op het begrotingsveld en dat, naast de EU, ook andere instellingen zich mengen in het begrotingsproces.