Omzetting als rechtsvormwijziging
Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/3.11:3.11 Conclusie
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/3.11
3.11 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS496583:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het begrip 'omzetting' heeft diverse betekenissen in de juridische praktijk. Eén daarvan is de rechtsfiguur 'omzetting' als bedoeld in Boek 2 BW. Het begrip 'omzetting' kan tot verwarring leiden omdat de wetgever in het verleden aan deze rechtsfiguur verschillende rechtsgevolgen heeft verbonden. De term rechtsvorm-wijziging past beter bij de rechtsfiguur omzetting als bedoeld in artikel 2:18 BW.
Verzelfstandiging van overheidsdiensten en privatisering van overheidstaken wordt vaak aangeduid met de term 'omzetting'. Met deze term wordt de door de wetgever tot stand gebrachte verzelfstandiging of privatisering in juridisch opzicht onzuiver weergegeven want het gaat eigenlijk niet om échte omzetting. Verzelfstandiging en privatisering vinden vaak plaats via wet in formele zin en vertonen de meeste overeenkomsten met juridische afsplitsing.
In de loop van de tijd heeft de rechtsfiguur 'omzetting' een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Twee ontwikkelingen zijn in elk geval te onderscheiden. In de eerste plaats heeft rechtsvormwijziging in de loop van de tijd verschillende rechtsgevolgen gekend. In grote lijnen vertoonde deze rechtsfiguur onder de 'Wet op stichtingen' kenmerken van ontbinding. Later was sprake van rechtsovergang onder algemene titel, waarbij de gelijkenis met de rechtsfiguur juridische splitsing in het oog springt. De huidige vorm van rechtsvormwijziging is die van vermogenshandhaving. De huidige rechtsfiguur lijkt het meest op statutenwijziging. Er is sprake van continuïteit van de rechtspersoon.
Een tweede ontwikkeling is die van gedwongen naar vrijwillige rechtsvormwijziging. Oorspronkelijk werd rechtsvormwijziging toegepast om dreigende ontbinding van de rechtspersoon, die niet voldeed aan de kenmerken van de vorm waarin de rechtspersoon aan het rechtsverkeer deelnam, te voorkomen. Later, toen rechtsvormwijziging vermogenshandhaving inhield, werd vrijwillige rechtsvorm-wijziging mogelijk gemaakt. Gedwongen rechtsvormwijziging is wel altijd blijven bestaan.
Als ik het rechtskarakter van rechtsvormwijziging vergelijk met het Duitse recht, staat de evolutie van de onderneming in het Duitse recht centraal: van eenmanszaak tot naamloze vennootschap en vice versa. In het Duitse recht is 'de onderneming' meer als uitgangspunt bij de regeling van rechtsvormwijziging genomen en niet zozeer de rechtspersoon waartoe de onderneming behoort. In het Nederlandse recht wordt meer op institutionele wijze naar de rechtsfiguur gekeken. In het Duitse recht is de fundamentele keuze gemaakt om rechtsvormwijziging van en in een stichting niet mogelijk te maken. Bepaalde problemen die in het Nederlandse recht voorkomen, zoals de problematiek van de vermogensklem, worden daardoor vermeden.
Rechtsvormwijziging beschouw ik als een bijzondere vorm van statutenwijziging. Het is dan ook niet nodig een afzonderlijke rechtsfiguur voor rechtsvorm-wijziging te handhaven. Om rechtsvormwijziging te bewerkstelligen, is de rechtsfiguur van statutenwijziging toereikend. Vanwege het mogelijk ingrijpende karakter van rechtsvormwijziging, dienen de aanvullende wettelijke eisen die nu aan rechtsvormwijziging worden gesteld, opgenomen te worden in de regeling van statutenwijziging van elke privaatrechtelijke rechtspersoon.