Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/3.2.1
3.2.1 Een curator met een taak van algemeen belang?
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675737:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Sullivan & Burger 2017, p. 27.
WP29 6/2014, p. 22. De rest van deze subparagraaf 2.1 is gebaseerd op Reijneveld 2020a, p. 78.
Wessels 2020, 4088.
Vgl. Bekkers 2004.
Kamerstukken II 2014/15, 34253, 3, p. 2 e.v.; Art. 1.1 INSOLAD Praktijkregels voor Curatoren 2019; Reumers 2020, §1.2.
Zie ECRM 10 december 1984, no. 10259/83 (ANCA e.a./België).
EHRM 20 juni 2000, ECLI:CE:ECHR:2000:0620JUD003327496 (Foxley/Verenigd Koninkrijk), r.o. 30 en EHRM 19 juni 2008, ECLI:CE:ECHR:2008:0619JUD004359506 (Ismeta Baoi/Kroatië), r.o. 27.
EHRM 3 april 2012, ECLI:CE:ECHR:2012:0403JUD005452200, 54522/00 (Kotov/Rusland), r.o. 99-107. Dit is een ander oordeel dan EHRM 14 juni 2010, 54522/00. In deze laatste zaak oordeelde het EHRM dat de curator niet kon worden gezien als publieke functionaris, maar de Staat toch aansprakelijk was voor zijn gedragingen (r.o. 52). Daarna werd de zaak voor intern appel verwezen naar de Grote Kamer (art. 43 EVRM).
Vergelijk de annotatie van Katan bij EHRM 3 april 2012 (Kotov) in EHRC 2012/132 en De Kloe 2019, p. 307. Zie anders Hauck 2019, p. 741. Zie ook de annotatie van Van Apeldoorn (voorafgaand aan de uitspraak van de Grote Kamer inzake Kotov) bij EHRM 14 juni 2010 (Kotov) in TvI 2010/28 en Van Apeldoorn 2010.
Zie uitgebreider Reijneveld 2020c, p. 233.
Van Schilfgaarde 1969, p. 36-38.
Kortmann 1993; Kortmann & Faber 1996.
Kortmann/Faber 2016, p. 371-374.
Loeff 1935; Eggens 1940.
Oppenheimer 1915; Van Galen 1997, p. 57-59. Zie anders: HR 19 april 1959 ECLI:NL:HR:1959:129 (Bloemsma/Staat).
HR 24 februari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1643 (Sigmacon II).
Zie onder meer HR 19 april 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2047 (Maclou). Zie ook Wessels 1997. Maar zie voor de grenzen hieraan ook: HR 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:801, r.o. 4.2.5.
Raad van State, Verzamelwet gegevensbescherming, maart 2022, W16.21.0372/II, p. 7.
HR 19 april 1959, ECLI:NL:HR:1959:129 (Bloemsma/Staat).
AP augustus 2019, p. 2.
In de AVG wordt niet gespecificeerd onder welke voorwaarden sprake is van een ‘algemeen belang’.1 In de preambule staat wel een aantal algemene belangen opgesomd, zoals volksgezondheid, sociale bescherming en het beheer van gezondheidszorgdiensten.2 Ook artikel 23 AVG noemt – in de context van de beperking van rechten van betrokkenen – een aantal algemene belangen, waaronder belangrijke economische belangen van de Europese Unie.3 De AVG schrijft niet voor dat alleen bestuursorganen belast kunnen zijn met een taak van algemeen belang.4 Private partijen kunnen eveneens zo’n taak hebben.5 Dit kan dus ook gelden voor de curator.
De minister stelt in de toelichting bij het consultatievoorstel dat een curator een taak van algemeen belang heeft, namelijk het beheren en vereffenen van de boedel. De taak van de curator wordt gevormd door het beheer en de vereffening van de failliete boedel.6 Deze taak is in de wet niet gedetailleerd uitgewerkt; het is grotendeels aan de curator om te bepalen hoe hij beheert en vereffent.7 De taak van de curator is in de loop der tijd wel steeds uitgebreid en nader gespecificeerd.8 In beginsel zijn nog steeds de belangen van de gezamenlijke schuldeisers leidend.9 De taak van de curator lijkt dan ook op het eerste gezicht geen taak van algemeen belang maar een privaat belang. Toch denk ik dat de taak van de curator ook kan worden gezien als een taak van algemeen belang.
Ten eerste kan worden aangesloten bij de rechtspraak van het EHRM waarin wordt geconcludeerd dat een curator openbaar gezag uitoefent in de zin van artikel 8 lid 2 EVRM. De Europese Commissie voor de Rechten van de Mens concludeerde al in 1984 dat een Belgische curator openbaar gezag uitoefende.10 Het EHRM bevestigde dit oordeel een aantal keer zonder uitgebreide motivering.11 In een latere zaak, Kotov/Rusland, concludeerde het EHRM dat een Russische curator niet belast was met openbaar gezag.12 Deze zaak moet vanwege de bijzondere omstandigheden als een uitzondering worden beschouwd. De werkwijze van de Russiche curator verschilt sterk van die van de Nederlandse. Het EHRM nam namelijk onder meer mee in de overwegingen dat de crediteurencommissie de curator uitkoos, de rechtbank de curator slechts beperkt en achteraf kon controleren en de curator alleen verantwoording verschuldigd was aan de schuldeisers. In tegenstelling tot de Russische curator wordt de Nederlandse curator benoemd door de rechtbank en werkt hij onder toezicht van de rechter-commissaris.13 Ook handelt hij niet alleen in het belang van de crediteuren.
Daarnaast kan het belang van het bestaan van een faillissementsprocedure als zodanig naar mijn mening als een algemeen belang worden aangemerkt. Voor een eerlijke, ordelijke en efficiënte omgang met bedrijven in financiële moeilijkheden is vereist dat een vorm van faillissementsafwikkeling bestaat.14 Het is voor de economische stabiliteit van een maatschappij goed indien investeerders en bedrijven hun geld terug kunnen krijgen als er ergens in de keten een bedrijf failliet gaat. De curator zorgt dat boedels worden opgeruimd en niet blijven voortbestaan en kan verschillende conflicten tussen schuldeisers voorkomen. Zulke economische belangen vallen ook onder de belangen die de AVG noemt als algemene belangen.15 Daarbij is overigens niet duidelijk hoe de rol van de curator precies gedefinieerd moet worden. Hij is in de geschiedenis onder meer aangeduid als vertegenwoordiger van de gefailleerde,16 vertegenwoordiger van de schuldeisers,17 vertegenwoordiger van beide,18 als al dan niet met openbaar gezag bekleed orgaan19 en als ambtsdrager.20
Duidelijk is wel dat de curator bij zijn beleidsafwegingen ook belangen van maatschappelijke aard kan en mag betrekken.21 Daardoor moet of mag de curator met meer belangen rekening houden dan slechts die van de gezamenlijke crediteuren, zoals bijvoorbeeld het behoud van werkgelegenheid.22 Als een curator een faillissement op zo’n manier afwikkelt dat de werkgelegenheid daarmee in stand blijft, zorgt zijn taakuitvoering ervoor dat ook maatschappelijke belangen worden gewaarborgd.
Ik ben dan ook van mening dat de curator mede een algemeen belang in de zin van de AVG dient met het beheer en de vereffening van de boedel. De Raad van State geeft in het advies betreffende de Verzamelwet gegevensbescherming echter aan dat dit “mede gelet op de rechtspraak niet vanzelfsprekend” is en dat hier nader op in moet worden gegaan in de toelichting op de Verzamelwet.23 De Raad van State verwijst onder meer naar een arrest van de Hoge Raad waarin de rol van de curator niet als een staatstaak wordt gezien24 en een advies van de AP.
In dat advies, in het kader van het consultatievoorstel betreffende de Wet overgang van onderneming in faillissement, heeft de AP geoordeeld dat, gelet op de werkzaamheden van de curator, niet kan worden gezegd dat die een taak van algemeen belang heeft.25 Onduidelijk is of de AP hiermee bedoelt dat een curator nooit een taak van algemeen belang kan uitoefenen, of alleen dat de feitelijke verwerking waar het commentaar op ziet (de doorgifte van persoonsgegevens aan derden tijdens faillissement) naar haar mening niet valt onder een taak van algemeen belang. De minister zal in de toelichting op het wetsvoorstel nader in kunnen gaan op de overwegingen om te stellen dat een curator een taak van algemeen belang heeft.
Ik zelf denk dat de curator wel een taak van belang vervult in de zin van de AVG. In het vervolg van mijn onderzoek ga ik er dan ook vanuit dat de curator bepaalde gegevensverwerkingen op deze grondslag kan baseren.