Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/2.2.7
2.2.7 Industriepolitiek en sociaal-economisch beleid
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574020:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie Swaak 1999, p. 277 e.v.
Whish 2008, p. 23-24.
Whish 2008, p. 23-24.
Whish 2008, p. 23-24; Amato 1997, p. 4. Bij de verhouding tussen enerzijds macht in handen van particulieren en anderzijds macht in handen van de overheid valt te denken aan de in de vorige eeuw gevoerde ideologische strijd tussen het communisme en het kapitalisme. In het communisme zijn de productiefactoren gemeenschappelijk eigendom (beheert door een centrale autoriteit) en zorgt een bureaucratisch budgetmechanisme voor onderlinge afstemming van beslissingen. In het kapitalisme zijn de productiefactoren in handen van particulieren en zorgt een marktmechanisme voor onderlinge afstemming van beslissingen.
Het mededingingsrecht kan een belemmering vormen voor het voeren van industriepolitiek, omdat de vrijheid van de overheden om zich actief te bemoeien met de industriële productie wordt beperkt. Mededingingsrecht kan echter ook gebruikt worden voor het voeren van industriepolitiek. Het betreft dan het voeren van economisch beleid om de industriële productie in een bepaalde richting te bevorderen. Industriepolitiek kan de omvang en samenstelling van de Europese of nationale industrie beïnvloeden. Bij het verlenen van een ontheffing op grond van artikel 81 lid 3 EG kunnen industriepolitieke overwegingen een rol spelen. Bij het toezicht van de mededingingsautoriteiten op concentraties en staatssteun kunnen ook allerlei politieke overwegingen een rol spelen. Industriepolitiek speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol bij het creëren en in stand houden van Europese kampioenen. Denk bijvoorbeeld aan de Europese vliegtuigbouwer Airbus die het tegen de Amerikaanse vliegtuigbouwer Boeing moet opnemen op de wereldmarkt voor vliegtuigen. Op het gebied van staatssteun en de rol van industriepolitiek valt naast de luchtvaartindustrie bijvoorbeeld te denken aan de automobielindustrie (met name van belang voor landen met een belangrijke automobielindustrie zoals Duitsland en Frankrijk).1 Politieke overwegingen spelen ook een rol bij het toestaan van de verlening van staatssteun aan de financiële sector. Staatssteun wordt soms toegestaan omdat instellingen die van groot belang zijn voor de financiële infrastructuur van de lidstaten (zoals grote banken en verzekeraars) niet ongecontroleerd mogen omvallen.
Het mededingingsrecht kan als politiek instrument gebruikt worden om te bepalen wie (commercieel gezien) de belangrijke beslissingen neemt, de markt zelf of de mededingingsautoriteiten die het gedrag van ondernemingen controleren.2 Een bepaalde mate van controle op de vrije markt kan soms noodzakelijk zijn om een sociaal wenselijke uitkomst te krijgen. Mededingingsrecht kan dan ook worden gebruikt voor het voeren van sociaal-economisch beleid.
Indien de overheid aanzienlijke (beleids)bevoegdheden geeft aan de mededingingsautoriteiten, speelt vervolgens de politieke en democratische vraag wie het uiteindelijk bij de mededingingsautoriteiten voor het zeggen hebben. Worden deze personen benoemd of gekozen? Hoe worden de besluiten van een mededingingsautoriteit gecontroleerd? Het zijn politieke vragen die van groot belang zijn bij toezichthouders in het algemeen en bij de handhaving van het mededingingsrecht door mededingingsautoriteiten in het bijzonder.3 Aan de ene kant bestaat in de maatschappij de neiging om een (te) grote private macht van ondernemingen gevaarlijk te vinden en daarom als tegenwicht de macht van de overheid te vergroten, aan de andere kant bestaat in de maatschappij de neiging om een toename van de macht van de overheid erger te vinden dan een toename van de private macht. Dit hangt in grote mate af van de politieke gezindheid.4
De privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht kan worden gezien als een manier om het initiatief bij de handhaving van het mededingingsrecht meer bij private partijen te leggen en minder bij de mededingingsautoriteiten. Op deze wijze spelen politieke belangen en mogelijke politieke willekeur een zo klein mogelijke rol. Het mededingingsrecht zou door middel van de privaatrechtelijke handhaving meer Recht met een hoofdletter R kunnen worden. Daarbij moet worden aangetekend dat de meeste mededingingsautoriteiten op enige afstand van de politiek staan. Een mededingingsautoriteit kan echter nog altijd op grond van beleidsmatige overwegingen besluiten dat bepaalde gedragingen binnen de mogelijkheden van de wetgeving worden uitgezonderd van het kartelverbod (door bijvoorbeeld een uitzonderingsmogelijkheid meer of minder ruim toe te passen). Tevens kan een mededingingsautoriteit beslissen dat bepaalde gedragingen die in strijd zouden kunnen zijn met het kartelverbod of het verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie niet nader worden onderzocht of gehandhaafd wegens andere prioriteiten.