Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/4.2.7
4.2.7 Samenhangende overeenkomsten
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186831:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
De achterstelling kan ook onderdeel zijn van de overeenkomst van geldlening van de junior.
Zie over groepen van overeenkomsten nader Van Dongen 2016.
Zie HR 11 juli 2008, NJ 2010/258 (Blijd & Gomes-Walcott/Westminster Rental), r.o. 3.5, HR 3 februari 2012, JOR 2012/201 (Euretco/Naeije), r.o. 3.5.3, HR 15 april 2016, JOR 2016/189 (Provincie Noord-Holland e.a./Gemeente Amsterdam), r. o. 4.2, Van Dongen 2016, p. 352-353 en Tjittes 2018, p. 310.
125. Veel overeenkomsten van achterstelling zijn nauw verweven met andere overeenkomsten, zoals de overeenkomst van geldlening tussen de junior en de schuldenaar en de overeenkomst van geldlening tussen de senior en de schuldenaar.1 Die overeenkomsten worden doorgaans op elkaar afgestemd en verwijzen vaak ook naar elkaar. Zij vormen een groep van overeenkomsten.2 Daarom kunnen de verschillende overeenkomsten bij elkaars uitleg worden betrokken.3
Dit kan bijvoorbeeld relevant zijn bij conflicten over de opeisbaarheid van de juniorvordering. Daarover kan een conflict ontstaan als de achterstellingsovereenkomst vermeldt dat de juniorvordering in het geheel niet mag of kan worden opgeëist, terwijl de schuldenaar volgens de overeenkomst van geldlening wel periodiek rente moet betalen aan de junior. Dit kan reden zijn om aan te nemen dat in de achterstellingsovereenkomst alleen de vordering tot betaling van de hoofdsom is achtergesteld.