NJB 2024/2159
Termijn instellen hoger beroep, art. 408 lid 1, aanhef en onder c, Sv: als zich een omstandigheid voordoet waaruit blijkt dat de dag van de terechtzitting of de nadere terechtzitting de verdachte voorafgaand aan (de aanvang van) die terechtzitting of die nadere terechtzitting bekend was, geldt de beroepstermijn van veertien dagen na de einduitspraak. In casu raakte de verdachte echter mogelijk pas op de hoogte van de terechtzitting op de dag van de terechtzitting, zodat niet is gebleken dat de dag van de terechtzitting in eerste aanleg de verdachte voorafgaand aan (de aanvang van) die terechtzitting bekend was.
HR 15-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1433
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, T. Kooijmans
- Zaaknummer
22/02993
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1433, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:679, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑07‑2024
- Wetingang
(art. 408 Sv)
Essentie
Termijn instellen hoger beroep, art. 408 lid 1, aanhef en onder c, Sv: als zich een omstandigheid voordoet waaruit blijkt dat de dag van de terechtzitting of de nadere terechtzitting de verdachte voorafgaand aan (de aanvang van) die terechtzitting of die nadere terechtzitting bekend was, geldt de beroepstermijn van veertien dagen na de einduitspraak. In casu raakte de verdachte echter mogelijk pas op de hoogte van de terechtzitting op de dag van de terechtzitting, zodat niet is gebleken dat de dag van de terechtzitting in eerste aanleg de verdachte voorafgaand aan (de aanvang van) die terechtzitting bekend ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.