Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/6.3.1
6.3.1 De wettelijke bevoegdheidsverdeling
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS383862:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 390.
HR 21 januari 1959, NJ 1959, 43 m.nt. HB (Forumbank).
Hof Amsterdam (OK) 17 januari 2007, JOR 2007/42 m.nt. Blanco Fernández (Stork) en HR 13 juli 2007, NJ 2007, 434 m.nt. Maeijer (ABN AMRO).
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 391.
Zie voor een volledig overzicht Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 392.
Tenzij het een structuur-BV betreft: artikel 2:263 BW.
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 391.
Slagter/Assink 2013 (Deel 1), nr. 43.8.
De belangrijkste bevoegdheid van het bestuur is gecodificeerd in artikel 2:239 lid 1 jo. lid 5 BW: het besturen van de BV, waarbij het richtsnoer het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming is. Deze bestuurstaak dient ruim te worden opgevat: naast de dagelijkse leiding over de BV omvat deze ook beleidsvoorbereiding, beleidsbepaling en beleidsuitvoering.1 Uit jurisprudentie volgt dat het bestuur autonoom is in de uitoefening van de hem toekomende bestuurstaak en de daaruit voortvloeiende bevoegdheden.2 Bovendien is de heersende leer dat het bepalen van de strategie van een vennootschap en de daaraan verbonden onderneming in beginsel een aangelegenheid is van het bestuur, waarop de (eventueel ingestelde) raad van commissarissen toezicht houdt en waarbij geldt dat de algemene vergadering haar opvattingen ter zake kenbaar kan maken door middel van de uitoefening van de aan haar toegekende wettelijke en statutaire bevoegdheden.3
Het bestuur is naast het verrichten van bestuurshandelingen die zijn gericht op de verwezenlijking van het vennootschappelijk doel ook bevoegd tot het verrichten van secundaire bestuurshandelingen, waaronder wordt verstaan:
‘handelingen die naar gebruik en redelijkheid en billijkheid uit het statutaire doel voortvloeien en daarmee samenhangen, ook al zijn zij niet uitdrukkelijk in de statutaire doelomschrijvingvermeld.’4
Voorbeelden van dergelijke secundaire handelingen zijn het aangaan van borgtochten en het afsluiten van leningen.
Naast de hier besproken bestuursbevoegdheden wordt aanvullend rechtelijk nog een aantal bevoegdheden aan het bestuur toegekend. Met het oog op de afbakening van onderhavig onderzoek blijven deze bevoegdheden verder buiten beschouwing.5
Aan de algemene vergadering komt ook een aantal wettelijke en statutaire bevoegdheden toe. In dit verband kan allereerst gewezen worden op de vier dwingendrechtelijke kernbevoegdheden: de benoeming en het ontslag van het bestuur (artikel 2:242 jo. 2:244 BW),6 de statutenwijziging (artikel 2:231 BW), de vaststelling van de jaarrekening (artikel 2:210 lid 3 en 4 BW) en het besluit tot ontbinding van de vennootschap (artikel 2:19 lid 1 sub a BW).
Naast deze dwingendrechtelijke kernbevoegdheden wijzen sommige rechtsgeleerden nog op een tweetal andere dwingendrechtelijke kernbevoegdheden: het recht op inlichtingen van het bestuur en de raad van commissarissen (artikel 2:217 lid 2 BW) en de bevoegdheid tot goedkeuring van ingrijpende bestuursbesluiten (artikel 2:107a BW).7
Tevens komt aan de algemene vergadering een aantal aanvullend rechtelijke bevoegdheden toe: de emissie van aandelen (artikel 2:206 BW), het besluit tot kapitaalvermindering (artikel 2:208 BW), het besluit tot verlenging van de termijn van vijf maanden waarbinnen het bestuur de jaarrekening dient op te maken en ter inzage dient te leggen (artikel 2:210 BW), de opheffing van de schorsing van een bestuurder (artikel 2:257 lid 2 BW) en de opdrachtverlening tot onderzoek van de jaarrekening en de intrekking van die opdracht (artikel 2:393 lid 2 BW).
Ten slotte komen aan de algemene vergadering nog twee belangrijke bevoegdheden toe: de restbevoegdheid (artikel 2:217 BW)8 en de instructiebevoegdheid (artikel 2:239 lid 4 BW). Ingevolge de restbevoegdheid ex artikel 2:217 BW komen aan de algemene vergadering alle bevoegdheden toe die niet aan het bestuur of aan anderen zijn toegekend, althans binnen de door de wet en de statuten gestelde grenzen. Ingevolge de instructiebevoegdheid ex artikel 2:239 lid 4 BW is het bestuur, wanneer zulks in de statuten is neergelegd, gehouden de aanwijzingen van de algemene vergadering op te volgen, mits deze aanwijzingen niet in strijd zijn met het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming.