Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.4.3
3.4.3 Rechtsstrijd Frankrijk: openbare orde
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS302232:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Després & Dargent 2010, p. 43 e.v.
Herb 2007, p. 129 e.v.
Dat is geen wettelijk verankerd onderscheid. Artikel 12 CPC stelt de rechter immers in staat om alle bepalingen ambtshalve toe te passen. De Cour de cassation heeft dat echter ingeperkt met de opdeling in categorieën van openbare orde. Vgl. (kritisch): Poissonnier 2008, p. 1291.
Vgl. Herb 2007, p. 129.
Artikel 6 CC: “On ne peut pas déroger, par des conventions particulières, aux lois qui intéressent l’ordre public et les bonnes moeurs.”
Vgl. Herb 2007, p. 129-130.
Herb 2007, p. 130.
Herb 2007, p. 130.
Herb 2007, p. 130-131.
Over dit artikel L. 141-4 CCons.: Ancery & Krans 2009, p. 197-198.
124.
Hiervoor werd al beschreven dat de Franse rechter in alle civiele zaken voor zijn eindbeslissing gebruik kan maken van alle informatie die zich in het dossier bevindt.
In zoverre zal door de conclusie dat rechtsgevolgen dreigen die niet ter vrije beschikking staan van partijen weinig veranderen. Immers, ambtshalve feitelijke informatie vergaren kan de rechter niet, zo volgt uit artikel 6 CPC. Als dergelijke rechtsgevolgen dreigen, kan de rechter echter wel buiten het partijdebat treden, zij het dat de plicht om partijen te horen ex artikel 16 CPC blijft bestaan.1
Waar de openbare orde wel invloed op uitoefent, is de vraag in hoeverre het de rechter vrijstaat om bepaalde verweren of middelen ambtshalve op te werpen. Als rechtsgevolgen dreigen die niet ter vrije beschikking van partijen staan, kan de rechter op dat vlak nog een actiever houding aannemen. Om te bepalen in welke gevallen daarvan sprake is, moet worden bezien met welk type openbare orde men van doen heeft. In het Franse civiele recht wordt vaak verwezen naar de openbare orde, maar dat betreft niet altijd gevallen waarin het algemeen belang vereist dat de rechter zich actiever opstelt.2 De openbare orde wordt in Frankrijk namelijk onderverdeeld in een aantal subcategorieën, waarvan een enkeling te vergelijken is met hetgeen in Nederland en Duitsland pleegt te worden aangeduid als ‘normaal’ dwingend recht.3
Het eerste onderscheid dat wordt gemaakt, betreft het niveau waarop de zaak zich afspeelt. Dit is het onderscheid tussen de internationale openbare orde en de nationale openbare orde. Het eerste type openbare orde betreft een enger begrip dan het tweede. Immers, in het eerste geval gaat het om belangen die worden gewaarborgd bij de aanwending van buitenlands recht. Voor dit onderzoek is het tweede type interessant. Dat betreft de regels van dwingend recht die de autonomie van partijen inperken.4 Niet al die regels verplichten de rechter tot een actievere opstelling. Binnen de nationale openbare orde wordt tweemaal een tweedeling gemaakt. De eerste betreft het onderscheid tussen de materiële openbare orde en de procesrechtelijke openbare orde. Met die materiële openbare orde wordt de contractsvrijheid van partijen beperkt.5 Als rechtsgevolgen dreigen die zich niet verdragen met deze materiële openbare orde, dan is de rechter niet gebonden aan het partijdebat.6
Naast de tweedeling in een materiële en procesrechtelijke openbare orde, wordt ook een tweedeling gemaakt in de klassieke en economische openbare orde. De klassieke openbare orde betreft voorschriften die van essentieel belang zijn voor het goed functioneren van de rechtsstaat. Vaak houden deze voorschriften wezenlijke belangen van de staat of het individu in. De rechter moet deze voorschriften ambtshalve bewaken.7 Waar de Franse civiele rechter veel mee te maken zal krijgen, is de economische openbare orde. Dit begrip wordt opgedeeld in de ordenende openbare orde (l’ordre public de direction) en de beschermende openbare orde (l’ordre public de protection). Regels van ordenende openbare orde beschermen sociale en economische belangen, bijvoorbeeld de vrije mededinging. Met de regels van de beschermende openbare orde wordt een individu, vaak een zwakkere contractspartij beschermd. Deze regels treft men dan ook vooral aan in het huurrecht, arbeidsrecht of consumentenrecht.8
Wat is nu het belang van het laatste onderscheid? De schending van regels van de ordenende openbare orde leidt tot absolute nietigheid, waaraan de rechter ambtshalve toepassing moet geven. Schending van regels van beschermende openbare orde kan niet ambtshalve door de rechter worden geconstateerd. Het maakt daarbij niet uit of het dossier nu wel of niet de daarvoor noodzakelijke gegevens bevat, de rechter is afhankelijk van een beroep van de beschermde partij op de betreffende bepaling. De sanctie op de schending van dergelijke voorschriften is dan ook relatieve nietigheid.9 Kortom, wanneer de rechter ambtshalve de nietigheid van een rechtshandeling wil constateren, dient hij te bezien op welke vorm van openbare orde deze nietigheid berust.
125.
Inmiddels mag de rechter ten aanzien van één categorie regels van beschermende openbare orde wel ambtshalve ingrijpen. Het betreft het consumentenrecht. Dat is wettelijk verankerd na een aantal – hierna in hoofdstuk vier nog te bespreken – arresten van het HvJ EU. Hier volstaat het te constateren dat artikel L. 141-4Code de la consommation (CCons.) de rechter toestaat om “soulever d’office toutes les dispositions du présent code dans la litiges nés de son application.” Kortom, de schending van de openbare orde die ten grondslag ligt aan de bepalingen van de CCons. mag door de rechter ambtshalve worden geconstateerd en daaraan mag hij ambtshalve consequenties verbinden, al mag hij uiteraard niet meer of anders toewijzen dan gevorderd.10
126.
Voor de Franse rechter is het van belang om te bezien met de schending van welke vorm van openbare orde hij precies van doen heeft. De schending van de ene vorm kan hij namelijk ambtshalve constateren en daar consequenties aan verbinden, terwijl bij de andere vorm partijen moeten aanvoeren dat deze openbare orde is geschonden. Als men vanuit Nederlands, Duits, of Engels perspectief naar deze regels kijkt, dan is dat vreemd. Dat komt omdat daar de term ‘openbare orde’ leidt tot de gedachte dat de rechter zich actiever kan opstellen. Kijkt men echter naar de inhoud van de regels van de Franse beschermende openbare orde, dan verschilt deze niet tot nauwelijks van het in Nederland, Duitsland en in mindere mate Engeland bekende dwingend recht.