Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/5.5.6.1
5.5.6.1 Redenen om beslag te leggen
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS500713:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De doelstelling van de wet zoals deze door de wetgever is beoogd. Zie ook paragraaf 2.6.1.
De verborgen doeleinden, die pas op basis van onderzoek naar voren komen. Zie ook paragraaf 2.6.1.
Omdat niet ondenkbaar is dat respondenten op een vraag naar de achtergrond voor het leggen van beslag in eerste instantie een (juridisch) verantwoord geacht antwoord geven is doorgevraagd in die gevallen waarin het leggen van druk niet als reden was genoemd. Negen respondenten bevestigen bij doorvragen dat het leggen van druk op de wederpartij inderdaad geen rol heeft gespeeld. Zestien respondenten voegden aan de eerder gegeven reden(en) toe dat het leggen van druk (mede) een rol had gespeeld.
In 11 uit de 29 gevallen tegen 19 uit 29 gevallen bij de beslagleggende advocaat. Tussen de twee categorieën respondenten bestaat geen inhoudelijk zaaksverband
In HR 12 april 1985, LJN AG4996, NJ 1986, 809, m.nt. Brunner was een dergelijke situatie aan de orde. Het niet leggen van conservatoir beslag ter verzekering van een vordering tot schadevergoeding wegens verzuim tot het afnemen en betalen van het gekochte door de (stagiair van) een advocatenkantoor werd gekwalificeerd als een beroepsfout. Relevante feiten zijn dat de vordering voortvloeide uit een (herhaald) niet afnemen van een onroerende zaak door een koper en dat de cliënt op beslaglegging had aangedrongen. De advocaat had instemming van de cliënt voor het nalaten om beslag te leggen dienen te verkrijgen, hetgeen niet bleek te zijn gebeurd.
Zie ook Meijsen 2010a, p. 72-73.
HR 7 maart 2003, LJN AF1304, NJ 2003, 302 (Bout c.s./X).
HvD 11 november 1991, no. 1550, Advocatenblad 1992, p. 329. Inzake een klacht van een cliënt over het beleid van de behandelende advocaat.
Bannier 2010, p. 37.
HvD 18 september 1989, no. 1197 en HvD 2 maart 1987, no. 951.
Bannier 2010, p. 57.
Opvallend gegeven is dat deze klachten veelal betrekking hebben op geschillen in het kader van een echtscheiding, en niet op zichzelf staan. De vanaf 14 oktober 2009 beschikbare uitspraken van het Hof van Discipline (http://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken-in-) op het gebied van conservatoir beslag verandert dit beeld niet. Datum raadpleging: 30 december 2012.
HvD 19 september 2011, LJN YA178YA1115 en HvD 19 september 2011, LJN YA2180YA2024. Het betrof respectievelijk een situatie van executoriaal en een situatie van conservatoir beslag. Het beoordelingskader van het HvD bestaat hieruit dat een advocaat een grote mate van vrijheid heeft om de belangen van zijn cliënt (beslaglegger) te behartigen, doch dat deze niet onbegrensd is: de belangen van de wederpartij (beslagene) mogen niet nodeloos of op ontoelaatbare wijze worden geschaad.
De redenen om beslag te leggen zijn uiteenlopend, zo is gebleken uit de vraaggesprekken met de beroepsgroep van advocaten. De manifeste functie van het conservatoir beslag (een middel ter bewaring van een recht)1 speelt hierbij een belangrijke rol, in die zin dat dreigende vervreemding van vermogensbestanddelen en het secureren van rechten door advocaten van beslagleggers in dit verband vaak worden genoemd. Ook het openbreken van overleg, het leggen van druk op de wederpartij en het achterhalen of verhaal mogelijk is, zijn redenen die mede, maar ook op zichzelf, aanleiding zijn om verlof te vragen. Deze laatst genoemde redenen worden beschouwd als deel uitmakend van de latente functie2 van het conservatoir beslag. Deze kwalificatie staat overigens los van enige algemene normatieve lading ten aanzien van dergelijke motieven. Het is immers moeilijk verwijtbaar te noemen dat een schuldeiser met een terechte vordering tracht druk op een schuldenaar te leggen om tot nakoming van diens verplichtingen over te gaan. Dat het leggen van druk op de wederpartij in de categorie ‘latent valt heeft dus uitsluitend te maken met het feit dat latente doelen vallen buiten het manifeste doel van conservatoir beslag, namelijk het verzekeren van een recht. De normatieve factor zal in situaties van conservatoir beslag (pas) meespelen wanneer latente doelen aan de orde zijn in het geval de grondslag voor het leggen van conservatoir beslag afwezig of discutabel is.
Ruim tweederde van de advocaten van beslagleggers gaf aan dat het leggen van druk (mede) een rol had gespeeld bij het besluit om verlof te vragen.3 Een bevestiging van de aanzienlijke rol die beslag als pressiemiddel speelt wordt gevonden in het antwoord op de vraag wat volgens de advocaat de verwachtingen zijn die de cliënt van het beslag heeft. Hier worden betaling, overleg, schikking, druk, een betere positie in de onderhandeling eerder en vaker genoemd dan het secureren van de vordering of executie en verhaal. Ook de advocaten van beslagen partijen is gevraagd naar de – in dit geval vermoedelijke – reden van beslaglegging. Het vermoedelijk (mede) leggen van druk op de wederpartij wordt door hen minder vaak genoemd dan door de beslagleggende advocaten.4
Verscheidene keren kwam naar voren dat (beslagleggende) advocaten in de eigen tuchtrechtspraak en het risico van civiele aansprakelijkheid aanleiding vinden om het zekere voor het onzekere te nemen en mede daarom kiezen voor het leggen van conservatoir beslag. Het nalaten hiervan kan immers door de cliënt tegengeworpen worden en tot (beroeps)aansprakelijkheid leiden.5 Naar aanleiding van deze respons zijn (on)gepubliceerde uitspaken van het Hof van Discipline uit de periode 2004-2008 onderzocht, waarin sprake was van een klacht in verband met een conservatoir beslag.6 In deze zaken bleken de omstandigheden van het geval en de zorg voor de cliënt steeds een factor van belang te zijn.
Een rol van betekenis in dergelijke zaken speelt het algemene criterium van artikel 46 Advocatenwet, op grond waarvan de advocaat de zorg dient te betrachten die de cliënt in de gegeven omstandigheden van een redelijk handelend advocaat mag verwachten.7 Deze dient zich daarbij niet te beperken tot de verrichtingen waarom de cliënt uitdrukkelijk heeft gevraagd, maar dient zelfstandig te beoordelen wat voor de zaak van nut kan zijn. Daarbij staat voorop dat een advocaat voor het – in overleg met zijn cliënt – te voeren beleid een ruime vrijheid toekomt.8 Bannier, auteur van een boek over advocatengedragsrecht, bespreekt in dit verband de situatie van het nalaten van het leggen van beslag. Deze schrijft dat beslag de kansen op een schikking aanzienlijk kan reduceren, zodat het afzien daarvan in het kader van een schikkingspoging zeer wel verdedigbaar is.9 Kort zakelijk samengevat zal een advocaat die bekend is met een vermoeden of met feiten dat een wederpartij mogelijk voornemens is om vermogensbestanddelen te doen verdwijnen, dan wel van de cliënt (herhaald) een gemotiveerd verzoek krijgt om conservatoir beslag te leggen, dit met voortvarendheid dienen te doen. Te lang aarzelen met beslag leggen, en wel totdat het te laat is, wordt door het advocatentuchtrechtcollege voor appèl, het Hof van Discipline te ’s-Hertogenbosch, beschouwd als tekortschieten in de zorg voor de cliënt.10 Anderzijds zal een met de cliënt afgestemde schikkingspoging, waarop door de wederpartij aanvankelijk positief wordt gereageerd, maar die uiteindelijk mislukt, waarbij in de tussentijd door de wederpartij activa aan het zicht zijn onttrokken, niet aan de advocaat kunnen worden tegengeworpen.11 Het voorgaande kan worden getypeerd als een ‘werken met gezond verstand formule’, welke terug te vinden is in de onderzochte uitspraken van het Hof van Discipline waarin het nalaten van het leggen van conservatoir beslag aan de orde was.12 In 2011 heeft het Hof van Discipline een tweetal uitspraken gedaan in het kader van volgens klagers te zware beslagmaatregelen, genomen door de advocaat van de wederpartij. De klachten werden ongegrond bevonden.13