Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/10.3.4
10.3.4 Exclusiviteit van een forumkeuze onder commuun internationaal privaatrecht
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS420513:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Polak 2005, (T&C Rv), Art. 8 Rv, aant. 3f; Pellis, Internationaal procesrecht, p. 155. Kramer, NTHR 2006, p. 166 wijst erop dat in de common law staten een forumkeuze doorgaans niet exclusief wordt beschouwd, tenzij de exclusiviteit uit het beding blijkt.
Vgl. conclusie AG Vranken voor HR 17 december 1993, NJ 1994, 350, Esmil/PGSP, p. 1620.
MvT Wetsvoorstel 26 885, nr. 3, p. 38.
Kramer, NTHR 2006, p. 166.
Hof Amsterdam 22 december 2005, NIPR 2006, 42.
Pellis, Internationaal procesrecht, p. 156; Hof Amsterdam 4 april 1973, S&S 1974, 29; Hof 's-Gravenhage 20 december 1994, NIPR 1995, 259.
HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635 (`Haviltex').
Hof Leeuwarden 6 april 2005, NIPR 2005, 265.
Enigszins anders maar niet wezenlijk verschillend: AG Vranken voor HR 17 december 1993, NJ 1994, 350, EsmiIIPGSP, p. 1620 die betoogt dat het woord 'exclusief' beslissend kan zijn.
Pres. Rb. Dordrecht 20 augustus 1993, KG 1993, 327 (forumkeuze krachtens art. 17 EEX): 'Distributor Netcomm submits to the non exclusive jurisdiction of the English Courts'.
Vgl. Rb. Amsterdam in tegenstelling tot later Hof Amsterdam 15 januari 1971, S&S 1972, 9; Rb. Utrecht 21 november 1984, te kennen uit Hof Amsterdam 23 oktober 1986, NIPR 1987, 272, die overigens het toepassingsbereik (welke geschillen?) en de derogerende werking (is de forumkeuze exclusief?) verwart; Rb. Alkmaar 13 april 1989, NIPR 1989, 289; anders: Janssen, Burgerlijke Rechtsvordering, suppl. 231 (november 1994), p. 1-333 met verwijzing naar oudere, lagere rechtspraak.
Pellis, Internationaal procesrecht, p. 132; Hof 's-Hertogenbosch 18 januari 1994, NIPR 1994, 297. Anders: Rb. Dordrecht 18 mei 1966, S&S 1966, 89 en vaak oudere rechtspraak aangehaald bij Balk, Forumkeuze, p. 14 en (als een van de factoren in het oordeel) Hof 's-Gravenhage 20 december 1994, NIPR 1995, 259.
HR 17 december 1993, NJ 1994, 350.
Bijv. 'Bevoegde rechter te ... zal van geschillen kennis nemen' of `De rechter te ... is bevoegd' of `Parties submit to the jurisdiction of the courtof `Gerichtsstand ist....' of 'seller agrees to the jurisdiction of the province Alberta, Canada.' (vgl. Hof Amsterdam 22 december 2005, NIPR 2006, 42).
Hof Amsterdam 15 november 1984, NIPR 1985, 186; Rb. Alkmaar 13 april 1989, NIPR 1989, 289; anders: Rb. Maastricht 17 oktober 1963, NJ 1965, 71; Rb. Dordrecht 18 mei 1966, S&S 1966, 89; Rb. Maastricht 28 november 1974, NJ 1975, 403; Hof Amsterdam 22 december 2005, NIPR 2006, 42.
Rb. Arnhem 5 februari 2003, NIPR 2003, 285.
Vaak hebben partijen in een dergelijke 'vrijblijvende' forumkeuze zinsneden gebruikt als: 'kunnen worden berecht', `may be submitted', 'are authorized to solve disputes'.
Hof Amsterdam 4 april 1973, S&S 1974, 29; Hof 's-Gravenhage 20 december 1994, NIPR 1995, 259.
Bijv. 'Partijen kunnen geschillen over deze overeenkomst aanhangig maken bij de absoluut bevoegde rechter te A'.
Hof Leeuwarden 6 april 2005, NIPR 2005, 265 stelt terecht vast dat het woord `may' alleen niet doorslaggevend is, maar de forumkeuze in zijn geheel bezien.
Rb. Amsterdam 19 oktober 1977, S&S 1978, 39; Hof Arnhem 13 juli 2004, NIPR 2004, 362; vgl. bij toetsing aan art. 108 Rv Vzr. Rb. Zwolle-Lelystad 2 november 2005, NIPR 2006, 154 ('shall be settled').
Anders: Hof 's-Gravenhage 20 december 1994, NIPR 1995, 259 waarin het Hof concludeert dat het gebruik van de woorden 'will be' en het ontbreken van de woorden 'shall be' een aanwijzing is voor niet-exclusiviteit. Vgl. daartegenover: Hof Amsterdam 15 januari 1971, S&S 1972, 9 die uit de woorden `will be' juist een imperatief karakter afleidt en dus oordeelt dat sprake is van een exclusieve forumkeuze.
Hof Leeuwarden 6 april 2005, NIPR 2005, 265.
Bijv. HvI EG 9 november 1978, zaak 23/78, Meeth/Glacetal, Jur. 1978, p. 2133, NJ 1979, 538.
Rb. Arnhem 5 februari 2003, NIPR 2003, 285; Vzr. Rb. Zwolle-Lelystad 2 november 2005, NIPR 2006, 154; anders Rb. Utrecht 21 november 1984 in Hof Amsterdam 23 oktober 1986, NIPR 1987, 272.
Weyland, Geffichtnisschrift fik Peter Arens, p. 417.
Weyland, Geffichtnisschrift fik Peter Arens, p. 421 met verwijzing naar Duitse rechtspraak; Hof Leeuwarden 6 april 2005, NIPR 2005, 265; anders: Rb. Amsterdam 25 februari 2004, NIPR 2004, 153 in Hof Amsterdam 22 december 2005, NIPR 2006, 42 en Hof Arnhem 13 juli 2004, NIPR 2004, 362 die in de keuze van het `aansprakelijkheidsregime' geen aanwijzing ziet voor de uitleg van de forumkeuze.
Par. 3.3.3.
Anders: Hof 's-Gravenhage 23 juni 1988, NIPR 1988, 581 die oordeelt dat de gebruiker van een standaarddocument (verzekeringscertificaten) exclusiviteit duidelijk moet bedingen, indien de opsteller de bevoegdheid van andere gerechten wil uitsluiten.
Weyland, Geffichtnisschrift fur Peter Arens, p. 424.
Vgl. Rb. Amsterdam 3 november 1993, NIPR 1994, 300. De rechtbank neemt aan dat de forumkeuze niet derogeert nu een vonnis van de aangewezen rechter (in de Filippijnen) niet in Nederland tenuitvoer kan worden gelegd.
HR 17 december 1993, NI 1993, 348, (Esmil).
AG Vranken voor HR 17 december 1993, NI 1994, 350, Esmil, p. 1621.
O.m. IIR 14 november 1924, NI 1925, 91.
In het commune internationaal privaatrecht hangt het antwoord op de vraag of een forumkeuze derogeert, af van de partijwil en daarmee van de uitleg door de rechter.1 Het vaststellen van de partij wil is echter moeilijker dan onder art. 23 EEX-V°/17 Verdrag, omdat een vermoeden van exclusiviteit ontbreekt. Uit de rechtspraak blijkt tot nu toe niet dat art. 23 EEX-V°/17 Verdrag enige reflexwerking voor het commune internationaal privaatrecht heeft.2Art. 8 lid 2 Rv bevat geen vermoeden van exclusiviteit naar analogie van art. 23 lid 1 EEX-V°/17 lid 1 Verdrag.3 Aan de andere kant geldt evenmin een vermoeden dat de forumkeuze niet-exclusief is, zoals in het common law wel wordt aangenomen.4 Het komt in het Nederlandse internationaal privaatrecht derhalve louter aan op de wil van de partijen en zoals de Memorie van Toelichting opmerkt, de uitleg door de rechter van de forumkeuze.5 De wil van partijen zal kunnen worden afgeleid uit de tekst van de forumkeuze en de omstandigheden van het geval. Meestal zal de tekst van de forumkeuze dus geïnterpreteerd moeten worden teneinde de wil van partijen te ontdekken.6 Hiervoor zal naar Nederlands commuun internationaal privaatrecht de Haviltex formule7 als uitgangspunt moeten worden genomen. Een louter grammaticale uitleg is niet juist. Het gaat om de uitleg van de forumkeuze in zijn geheel en niet om afzonderlijke woorden of passages.8 In de praktijk zal bij een forumkeuze moeilijk zijn vast te stellen wat partijen over en weer redelijkerwijs mochten verwachten toen zij de forumkeuze overeenkwamen. Bij gebrek aan duidelijkheid van de tekst van de forumkeuze — dus de wil van partijen — zullen de omstandigheden van het geval een doorslaggevende rol spelen.
Interpretatie is meestal eenvoudig, indien de tekst van de forumkeuze ten aanzien van de exclusiviteit duidelijk is. De twee uitersten zijn daarom gemakkelijk. Indien een forumkeuze uitdrukkelijk vermeldt dat de forumkeuze exclusief is, moet van exclusiviteit worden uitgegaan.9 Het tegenovergestelde is evenzeer waar: een forumkeuze die expliciet niet-exclusief is, derogeert niet.10 De zwart-wit situaties zijn derhalve meestal duidelijk.
Het grijze tussengebied is moeilijker. Een paar richtlijnen voor interpretatie van een forumkeuze kunnen hiervoor worden genoemd:
Een forumkeuze die niet expliciet vermeldt 'exclusief , 'alleen', 'slechts', of `uitsluitend' kan toch exclusief zijn. Deze woorden zijn derhalve geen voorwaarde voor exclusiviteit.11 Een a contrario redenering (De forumkeuze vermeldt niet dat de forumkeuze exclusief is, dus is de forumkeuze niet exclusief) is niet toegestaan.12 Een onderdeel van een cassatiemiddel in de zaak Esmil/PGSP13 die deze a contrario redenering ingang trachtte te doen vinden bij de Hoge Raad, is verworpen.
Een in algemene bewoordingen gestelde forumkeuze14 wordt vaak vermoed exclusief te zijn.15
Gebruik van woorden die partijen bewegingsruimte laten ten aanzien van het te adiëren gerecht,16 of niet imperatief zijn17 duidt op een vermoeden dat de forumkeuze niet-exclusief is.18 Dat kan met name tot uitdrukking komen door gebruik van de werkwoorden 'kunnen' of 'mogen' 19 of in het Engels ,rnay, 20
Bevat de forumkeuze daarentegen imperatieve woorden, dan zal de forumkeuze in beginsel exclusief zijn.21 Een forumkeuze is echter niet slechts exclusief, indien de bewoordingen imperatief zijn. Het vermelden van woorden als 'moeten' ,'shall be' is niet altijd nodig.22 Dat kan ook blijken uit andere zinsneden, zoals 'partjes are waiving the jurisdction of any other court' 23
Indien een forumkeuze is overeengekomen waarbij ieder van de partijen geschillen aanhangig moet maken bij het gerecht van de woonplaats van de wederpartij,24wordt de forumkeuze vermoed exclusief te zijn. Een niet-exclusieve forumkeuze van deze strekking is immers zinloos, omdat de aangewezen gerechten al bevoegd waren krachtens art. 2 EEX-V°Nerdrag. Zo'n forumkeuze beoogt slechts de bevoegdheid van de fora ex de art. 5 e.v. EEX-V° Verdrag uit te sluiten. Voor wederkerige aanwijzing van het gerecht van de woonplaats van de eiser geldt dit vermoeden niet, omdat daarmee een uitbreiding van de rechtsmacht kan zijn beoogd.
Uit een onbegrensd toepassingsbereik (`Voor alle geschillen ... etc') van de forumkeuze mag zonder verdere aanwijzingen geen exclusiviteit worden afgeleid.25 De omvang van het toepassingsbereik (derhalve de vraag: welke geschillen?) moet worden gescheiden van de exclusiviteit van de forumkeuze26 (derhalve de vraag: alleen de aangewezen rechter?).
Indien de interpretatie van de tekst van de forumkeuze geen uitkomst biedt, zijn voor de omstandigheden van het geval moeilijker richtlijnen te verstrekken. Niettemin volgen enkele `voorzetten', die niet als vermoedens dienen te worden opgevat, maar als aanwijzingen voor exclusiviteit van de forumkeuze:
In onderhandelingen over de overeenkomst is de tekst van de forumkeuze op dit punt gewijzigd of aangepast.
De forumkeuze gaat samen met de keuze van het rechtsstelsel van het land van het aangewezen gerecht27
Een van de voordelen van een forumkeuze kan concentratie van de geschillen zijn.28 Indien in eenzijdig vastgestelde voorwaarden een forumkeuze voorkomt, zal in het algemeen gelden dat de opsteller geschillen heeft willen concentreren voor dat gerecht29 De forumkeuze zal dan ook voor de wederpartij van de opsteller als exclusief gelden.30 Vorderingen tegen de opsteller zullen dan ook in regel bij uitsluiting voor het aangewezen gerecht kunnen worden gebracht. In het bijzonder kan worden gedacht aan rederijen en internationale concerns waar de juridische dienst of de huisadvocaat zijn gevestigd in het ressort van het aangewezen gerecht.
Aanwijzing na onderhandelingen hierover van een gerecht (of de gerechten) van een neutraal land — dat wil zeggen een land waarmee geen van de partijen een band heeft — zal duiden op exclusiviteit. De aanwijzing is immers het gevolg van een compromis, waarbij partijen in het bijzonder gerechten van de landen van hun woonplaats hebben willen uitsluiten.
Het niet voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn van een beslissing van de aangewezen rechter in de staten waar partijen woonplaats of verhaalsobjecten hebben, duidt op een niet-exclusieve forumkeuze.31 Partijen zouden zichzelf anders benadelen, omdat na een rechterlijke beslissing nog een (exequatur)procedure — waarschijnlijk op tegenspraak — moet volgen. Zodra een beslissing echter in het land van de woonplaats van één van de partijen kan worden tenuitvoergelegd of in een land waar zich verhaalsobjecten bevinden — of bevonden ten tijde van de totstandkoming van de forumkeuze — is deze aanwijzing niet bruikbaar. Ook hier benadruk ik dat het gaat om een aanwijzing. De stelling dat een vonnis van de aangewezen rechter niet voor tenuitvoerlegging in Nederland vatbaar is en dat daarom de forumkeuze niet exclusief is, althans niet derogeert aan de Nederlandse rechtsmacht, is onjuist.32 AG Vranken33 wijst op een de facto 'erkenning' in Nederland doordat de Nederlandse rechter op grond van vaste rechtspraak34 aan een uitspraak van een buitenlands gerecht de betekenis kan toekennen die hem in het gegeven geval verantwoord lijkt. Bij een verkapte exequaturprocedure ex art. 431 lid 2 Rv kan de in het gelijkgestelde partij dan ook volstaan met het stellen dat de buitenlandse rechter bevoegd was, zij een uitspraak heeft verkregen en dat zij veroordeling wenst conform het dictum van de gewezen uitspraak.