NJB 2019/1936:Wet Bopz. De rechtbank verleent een voorwaardelijke machtiging ten aanzien van iemand die afhankelijk is van middelen. De geneesheer-directeur besluit tot opneming. Betrokkene maakt bezwaar. De rechtbank wijst het bezwaar af. Hoge Raad: 1. Omzetting. Toetsing ex nunc. In een geval waarin een voorwaardelijke machtiging is verleend en de geneesheer-directeur besluit tot opneming, kan de betrokkene een uitspraak van de rechter uitlokken. De rechtbank dient dan een volle toetsing ex nunc te doen. 2. Verslaving. Verslaving aan middelen als alcohol en drugs kan op zichzelf niet tot toepassing van de Wet Bopz leiden. Er moet sprake zijn van een psychische stoornis van zodanige ernst dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed dat de betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend. 3. Besluit geneesheer-directeur. Uit het besluit valt niet op te maken dat de geneesheer-directeur zich op de hoogte heeft gesteld van de actuele geestelijke gezondheidstoestand van betrokkene, zoals wettelijk is voorgeschreven