Einde inhoudsopgave
Besluit activiteiten leefomgeving - Nota van toelichting
4.8.2 Waarborgen van de veiligheid
Geldend
Geldend vanaf 31-08-2018
- Bronpublicatie:
03-07-2018, Stb. 2018, 293 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
31-08-2018
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
03-07-2018, Stb. 2018, 293 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Algemeen
Omgevingsrecht / Omgevingswet
Een van de maatschappelijke doelen van de wet is het bereiken en in stand houden van een veilige fysieke leefomgeving. Risico's voor de veiligheid kunnen met name aan de orde zijn bij ongewone voorvallen. Het omgevingsrecht heeft een belangrijke functie bij het voorkomen van ongewone voorvallen en van de gevolgen daarvan. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om externe veiligheid, veiligheid tegen overstromingen, brandveiligheid, verkeersveiligheid van de infrastructuur en constructieve veiligheid.
Bij externe veiligheid gaat het met name om activiteiten waarbij gevaarlijke stoffen worden opgeslagen, geproduceerd of vervoerd. Deze activiteiten brengen risico's voor de omgeving mee.
Voor externe veiligheid is nieuw beleid ontwikkeld dat wordt aangeduid als omgevingsveiligheidsbeleid.1. Het beleid richt zich er op om het bevoegd gezag zo vroeg mogelijk in het planproces risicoafwegingen te laten maken. Hierdoor zijn nog meerdere keuzes mogelijk, zoals een keuze voor een andere, mindere risicovolle locatie of voor het voorschrijven van maatregelen die het aantal mogelijke slachtoffers bij een ongeval verminderen. Het omgevingsveiligheidsbeleid betreft ook een andere manier van omgaan met het groepsrisico en geeft extra bescherming aan groepen niet-zelfredzame mensen. Paragraaf 8.1.4 van de nota van toelichting bij het Besluit kwaliteit leefomgeving gaat nader in op dit omgevingsveiligheidsbeleid, en legt verbinding met de toepassing van de instrumenten van de wet. Daarbij wordt onder andere ingegaan op de instructieregels over omgevingsplannen, die het Rijk op grond van artikel 2.28, aanhef en onder c, van de wet moet stellen. De instructieregels zijn erop gericht gebouwen en locaties te beschermen waar mensen gedurende een periode verblijven. Er wordt daarbij rekening gehouden met het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig is, de aanwezigheidsduur en de mate waarin die personen in staat zijn om zich in veiligheid te brengen. Hierbij zijn de gebouwen in drie categorieën ingedeeld, namelijk zeer kwetsbaar, kwetsbaar en beperkt kwetsbaar. De locaties zijn ingedeeld in twee categorieën, namelijk kwetsbaar en beperkt kwetsbaar. De gebouwen en locaties zijn per categorie opgenomen in bijlage VI bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, en in de artikelsgewijze toelichting bij dat besluit verder toegelicht.
Dit besluit draagt bij aan het omgevingsveiligheidsbeleid door voor een deel van de milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico's te bepalen, dat aan afstanden moet worden voldaan. De regels in dit besluit richten zich met name op activiteiten, die niet vergunningplichtig zijn. Voor vergunningplichtige activiteiten bevat het Besluit kwaliteit leefomgeving specifieke beoordelingsregels. Deze zijn toegelicht in paragraaf 11.6.2 van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Afstanden vanwege externe veiligheid in dit besluit
Bij activiteiten waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen of gebruikt is beoordeeld of de opslag of het gebruik van deze stoffen bij een calamiteit kunnen leiden tot een risicovolle situatie buiten de begrenzing van het terrein waar de activiteit plaatsvindt. De norm die hierbij in veruit de meeste gevallen wordt gehanteerd is het plaatsgebonden risico. Het plaatsgebonden risico is in artikel 5.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving omschreven als de kans op het overlijden van een onbeschermd en continu aanwezig persoon buiten de begrenzing van de locatie waar een activiteit wordt verricht als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit. De norm voor het plaatsgebonden risico is voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties meestal één op de miljoen als kans per jaar dat een onbeschermd en continu aanwezig persoon overlijdt. Voor de berekening van het risico wordt gebruik gemaakt van de bij ministeriële regeling bepaalde methode. In de praktijk wordt nu gebruik gemaakt van het programma Safeti. In dit programma worden situaties die in de praktijk voor kunnen komen, zogenoemde scenario's gemodelleerd. Het resultaat van de berekening is een contour rondom een activiteit die omgezet kan worden naar een standaard afstand waarbuiten het risico kleiner is dan de genoemde norm. Het plaatsgebonden risico is brongericht en houdt geen rekening met de cumulatie van de risico's van meerdere bronnen in dezelfde omgeving. De regel geldt per afzonderlijke activiteit dus bijvoorbeeld voor degene die buisleidingen exploiteert per buisleiding.
Nieuw ten opzichte van het Activiteitenbesluit milieubeheer is dat degene die een activiteit verricht deze activiteit zo moet positioneren dat de afstand binnen de begrenzing blijft van de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd. Bij een bedrijf of instelling is dit de perceelgrens. Met die keuze wordt ook bescherming geboden aan personen buiten de begrenzing van de locatie als er geen sprake is van beperkt kwetsbare, kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen of beperkt kwetsbare of kwetsbare locaties. Doordat de afstand binnen de begrenzing blijft zijn er ook geen beperkingen aan de gebruiksruimte buiten de begrenzing.
Van deze basisregel kan worden afgeweken als wordt voldaan aan een van de volgende voorwaarden.
- •
Het is niet mogelijk om aan de afstand te voldoen, bijvoorbeeld omdat de activiteit niet fysiek inpasbaar is binnen de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht. Geacht kan worden aan een opslagtank met propaan op een kleine locatie. Waar de opslagtank ook zou worden geplaatst, er kan niet aan de afstand tot de begrenzing van de locatie worden voldaan.
- •
De veiligheid van de werknemers en bezoekers zou nadelig worden beïnvloed. Dat is het geval als ARBO regelgeving zich verzet tegen het plaatsen van de opslagtank op een bepaalde plaats op de locatie.
- •
De bedrijfsvoering wordt ernstig belemmerd. Dat is bijvoorbeeld het geval als de enige plaats waar de opslagtank kan worden geplaatst om aan de afstand te voldoen betekent dat een toegangsweg wordt geblokkeerd.
- •
De naleving van de aan te houden interne afstanden wordt onmogelijk gemaakt. Dit is het geval als de aan te houden interne afstanden zoals beschreven in een PGS-richtlijn een belemmering vormen om de opslagtank op voldoende afstand te plaatsen van de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht. Het aanhouden van de interne afstanden (bronmaatregel) gaat voor de naleving van de plicht om de afstand aan te houden tot de begrenzing van de locatie.
Als niet aan de afstanden tot de begrenzing van de locatie kan worden voldaan dan moeten in ieder geval de afstanden tot beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in acht worden genomen.
Als voor het begin van een activiteit of een wijziging van een activiteit het bevoegd gezag is geïnformeerd over het feit dat in plaats van de afstand tot de begrenzing van de locatie de afstand tot beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in acht wordt genomen, moet het bevoegd gezag die afstand bij een omgevingsplan in acht nemen. Dat is verplicht op grond van een instructieregel in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het bevoegd gezag mag dan in een omgevingsplan niet die gebouwen of locaties toelaten binnen de afstand buiten de begrenzing van de locatie waar de milieubelastende activiteit wordt verricht. Het voordeel hiervan is dat de milieubelastende activiteit ruimtelijke bescherming geniet tegen bijvoorbeeld oprukkende woonbebouwing.
Voor bijna alle activiteiten met een potentieel extern veiligheidsrisico zijn de afstanden te vinden in dit besluit. Een uitzondering daarop zijn de afstanden van vergunningplichtige activiteiten zoals het opslaan en afleveren van LPG, LNG en waterstof. Deze afstanden zijn vastgelegd in bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving omdat deze worden betrokken bij de vergunningverlening door het bevoegd gezag.
Externe veiligheid: PGS-richtlijnen
PGS-richtlijnen worden al sinds de jaren tachtig (toen CPR richtlijnen genoemd) gebruikt om maatregelen vast te stellen ter voorkoming van ongevallen door gevaarlijke stoffen en ter beperking van de effecten daarvan. PGS staat voor Publicatiereeks gevaarlijke stoffen (zie begripsomschrijving in het besluit). De richtlijnen worden in overleg tussen betrokken overheden en bedrijfsleven gemaakt. In de vergunningverlening en bij het toezicht is het gebruik van de PGS- richtlijnen gebruikelijk, als het gaat om milieu-, brand- en arbeidsveiligheid.
Diverse PGS-richtlijnen zijn aangewezen als BBT-document. De Inspectie SZW gebruikt de richtlijnen als beleidsregel en de ILT hanteert de PGS-richtlijnen als referentiekader in haar advisering aan het bevoegd gezag over omgevingsvergunningen. De PGS-richtlijnen dienen daarom meerdere doelen binnen verschillende domeinen, te weten:
- •
arboveiligheid: het creëren van een veilige werkomgeving voor werknemers;
- •
brandveiligheid: het voorkomen van brand en het effectief bestrijden van brand; en
- •
externe veiligheid: het voorkomen van ongewone voorvallen (calamiteiten) en het beperken van de effecten bij die calamiteiten met gevaarlijke stoffen die een gevaar vormen voor de omgeving.
Momenteel wordt gewerkt aan een vernieuwing van de PGS-richtlijnen (PGS Nieuwe Stijl). In het kader van de PGS nieuwe stijl:
- •
zijn wet- en regelgeving het uitgangspunt;
- •
wordt een risicogebaseerde aanpak gehanteerd waarbij scenario's worden geïnventariseerd die een potentiële bedreiging vormen;
- •
worden uit deze scenario's doelvoorschriften geformuleerd;
- •
worden maatregelen geïnventariseerd waarmee aan de doelvoorschriften kan worden voldaan; en
- •
zijn de maatregelen duidelijk gekoppeld aan doelvoorschriften, scenario's en wettelijke voorschriften.
Voor de toepassing van dit besluit vormt het daarin genoemde oogmerk voor de veiligheidsvoorschriften het uitgangspunt. Dat oogmerk is het waarborgen van de veiligheid. Binnen het kader van de wet wordt daaronder verstaan de veiligheid voor de omgeving of de externe veiligheid. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt de plicht opgelegd om bij het verrichten van een milieubelastende activiteit te voldoen aan een bepaalde PGS. In die PGS vindt het bedrijf de maatregelen die hij moet treffen om voldoende veilig voor de omgeving te werk te gaan. Deze maatregelen zijn gebaseerd op scenario's en doelvoorschriften die in de PGS zijn opgenomen. Als een bedrijf een andere (alternatieve) maatregel wenst te treffen in plaats van de voorgeschreven maatregel, zal dat aan het bevoegd gezag moeten worden gemeld. Bij de melding dienen gegevens te worden gevoegd waaruit blijkt dat de alternatieve maatregel ten minste gelijkwaardig is aan het resultaat dat wordt bereikt met de maatregel in de PGS. Bij het aantonen van gelijkwaardigheid spelen de scenario's en doelvoorschriften waarop de maatregel is gebaseerd een belangrijke rol. De alternatieve maatregel zal ten minste gelijkwaardig moeten bijdragen aan het voorkomen van een scenario en het voldoen aan de daaraan gekoppelde doelvoorschriften.
In tegenstelling tot voorheen verwijst het besluit niet naar specifieke onderdelen van een PGS-richtlijn. Een PGS-richtlijn nieuwe stijl is zodanig opgebouwd en gestructureerd dat duidelijk is welke maatregelen getroffen moeten worden om aan een bepaald artikel van dit besluit te voldoen. De PGS-richtlijn maakt daarnaast ook duidelijk welke maatregelen moeten worden getroffen binnen de kaders van de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet veiligheidsregio's.
In het besluit wordt alleen de aanduiding PGS met een bepaald getal gebruikt. Er wordt derhalve niet een bepaalde versie aangegeven of een bepaalde datum waarop de PGS-richtlijn moet zijn uitgebracht. Dat betekent niet dat er sprake is van een dynamische verwijzing. In de ministeriële regeling wordt per PGS aangegeven welke versie van welke datum moet worden toegepast. De genoemde ministeriële regeling is gebaseerd op artikel 4.3, derde lid, van de wet. Op grond van dat artikellid kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld als deze uitvoeringstechnische, administratieve of meet- en rekenvoorschriften inhouden.
PGS-richtlijnen worden gepubliceerd op de website: www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl. Van deze website zijn de richtlijnen gratis te downloaden. Deze website wordt beheerd door de PGS beheerorganisatie waarin onder andere het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is vertegenwoordigd.