Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/639
Prejudiciële beslissing op voet art. 392 Rv. Wettelijke grondslag voor verstrekken inzage in of afschrift van stukken uit dossier afgesloten civiele procedure door gerechten?; positieve verplichting (art. 8 EVRM); rechtsvormende taak rechter.
HR 09-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:723
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 mei 2025
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/00541
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:723, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:750, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑07‑2024
- Wetingang
Samenvatting
Het verzoek van betrokkene in de onderhavige zaak strekt tot het verkrijgen van de procesdossiers van de zaak waarin zijn ouders uit het ouderlijk gezag over hem zijn ontzet en de (daaraan voorafgaande) zaken waarin kinderbeschermingsmaatregelen zijn getroffen ten aanzien van betrokkene. De Hoge Raad zal de beantwoording van de vragen op dergelijke procedures toespitsen. De Hoge Raad gaat ervan uit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.