Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/923
Ontvankelijkheid cassatieberoep: In geval van schorsing/opschorting van de tenuitvoerlegging van de strafbeschikking en betrokkene dus (nog) geen bedrag verschuldigd is aan de Staat, kan niet de eis van voorafgaande consignatie worden gesteld.
HR 01-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1352
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/02514 Bdw
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Tenuitvoerlegging
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1352, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1009, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑07‑2023
- Wetingang
Essentie
Nu er nog sprake is van schorsing of opschorting van de tenuitvoerlegging van de strafbeschikking en de betrokkene dus (nog) geen bedrag verschuldigd is aan de Staat, kan in dit geval — waarin de rechtbank heeft miskend dat de opgelegde strafbeschikking (nog) niet voor tenuitvoerlegging vatbaar was — niet de eis worden gesteld dat voorafgaande consignatie plaatsvindt. Hieruit volgt dat de middelen terecht zijn voorgesteld.
Samenvatting
Uit art. 6:1:17 lid 2 Sv volgt dat de tenuitvoerlegging van een strafbeschikking wordt geschorst of opgeschort door verzet tegen de strafbeschikking. In zo’n geval kan, zolang niet onherroepelijk op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.