Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.3.2.a.ii
5.3.2.a.ii Exclusieve bevoegdheid
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS468813:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Deze controlebehoefte is met name ingegeven door politiek-economische belangen, die, zo kan men stellen, op hun beurt wortelen in soevereiniteitsoverwegingen. In die zin kan men zeggen dat de onderliggende ratio van formele territorialiteit nog niet is verdwenen, maar dat zij zich anders uit, namelijk via het bevoegdheidsrecht, en niet meer via het conflictenrecht. Vgl. de volgende overweging van de Engelse rechter Aldous J. in de zaak Plastus Kreativ/Minnesota: 'For myself I would not welcome the talk of having to decide whether a person had infringed a foreign patent. Although patent actions appear at their face to be disputes between two parties, in reality they also concern the public. A finding of infringement is a fmding that a monopoly granted by the state is to be enforced. The result is invariably that the public have to pay higher prices than if the monopoly did not exist. If that be the proper result, then that result should, I believe, come about from a decision of a court situated in the state where the public have to pay the higher prices. One only has to imagine a decision of this court that the German public should pay a British company substantial sums of money to realise the difficulties that might arise. I believe that, if the local courts are responsible for enforcing and deciding questions of validity and infringement, the conclusions reached are likely to command the respect of the public.', High Court of Justice (Chancery Division) 9 december 1994, [1995] RPC 438 (447) (Plastus Kreativ/Minnesota Mining and Manufacturing).
Voor de goede orde zij opgemerkt dat daarmee geen oordeel is gegeven over de wenselijkheid van deze exclusieve-bevoegdheidsgrond. Die vraag — dus de vraag of exclusieve bevoegdheid al dan niet in meer of mindere mate zou moeten worden verlaten — betreft het wenselijke recht, en is hier dus niet aan de orde.
Zie alinea 572 hiervoor.
Zie bijvoorbeeld High Court of Justice (Chancery Division) 7 maart 1997, [1997] FSR 641; GRUR Int. 1998, p. 317-322 (Pearce/Ove Arup); zie alinea 582 hiervoor.
679. Formele territorialiteit en exclusieve bevoegdheid. In de tweede plaats moet een belangrijk voorbehoud worden gemaakt. Formele territorialiteit, zo hebben wij in par. 5.1.3 vastgesteld, is gedeeltelijk gereïncarneerd als exclusieve-bevoegdheidsgrond. Formele territorialiteit mag dan als conflictenrechtelijke oplossing zijn verlaten, maar de (mede) daaronder liggende behoefte om in meer of mindere mate grip te houden op de verleende bescherming is blijven bestaan en heeft zich — doordat formele territorialiteit en exclusieve bevoegdheid werden verward — uiteindelijk in het bevoegdheidsrecht genesteld.1 Formele territorialiteit is in feite onbewust ingeruild voor exclusieve bevoegdheid. Dit zullen wij, wanneer wij de formele-territorialiteitscomponent van de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling nu bewust buiten toepassing laten, niet mogen negeren het is immers een onlosmakelijk onderdeel van het latere gebruik om geen formele territorialiteit toe te passen. Dat betekent dat daar waar in het intellectuele-eigendomsrecht sprake is van deze reïncarnatie, het buiten toepassing laten van de formele-territorialiteitscomponent gepaard zal moeten gaan met de aanname van een exclusieve-bevoegdheidsgrond.2 Aldus bekrachtigen wij in feite een wijdverbreid misverstand, namelijk de verwarring van formele territorialiteit en exclusieve bevoegdheid. Dit speelt, zo zal duidelijk zijn, alleen in het industriële-eigendomsrecht; in het auteursrecht is formele territorialiteit immers verdwenen zonder te zijn gereïncarneerd als exclusieve bevoegdheid.
680. Reikwijdte. De moeilijkheid is het bepalen van de reikwijdte van die exclusieve-bevoegdheidsgrond. Bestrijkt hij de gehele bescherming, of bijvoorbeeld alleen vragen van geldigheid en registratie?3 Het antwoord kan worden gezocht in internationale bevoegdheidsregelingen die ook op industriële eigendom van toepassing zijn, zoals het EEX-Verdrag en de EEX-Verordening .4 Daaruit blijkt immers in welke mate de twee betrokken landen — het land van de aangezochte rechter en het land waarvoor de bescherming wordt ingeroepen — formele territorialiteit ten opzichte van elkaar hebben ingeruild voor exclusieve bevoegdheid.
681. Buiten het bereik van dergelijke regelingen zou — voortbordurend op deze lijn — het antwoord kunnen worden gezocht in het nationale bevoegdheidsrecht van deze beide landen. Dat is dus een dubbele toets: de reikwijdte van deze exclusieve-bevoegdheidsgrond wordt in beide rechtsstelsels (ten opzichte van elkaar) onderzocht, en de ruimste van de twee is bepalend. Stel bijvoorbeeld dat de rechter in land A staat voor de vraag of hij bevoegd is om te oordelen over inbreuk en geldigheid ten aanzien van een octrooi in land B. Het commune bevoegdheidsrecht van land A kent op dit punt in het geheel geen exclusieve bevoegdheid, terwijl volgens het commune bevoegdheidsrecht van land B de rechter van het land waarvoor de bescherming wordt gevraagd exclusief bevoegd is om te oordelen over de geldigheid. De rechter van land A zal dan de opvattingen van land B over exclusieve bevoegdheid moeten respecteren. Hij zal zich dus bevoegd kunnen verklaren om te oordelen over de inbreuk op het octrooi in land B — daar heeft men in land B klaarblijkelijk immers geen problemen mee —, maar zal zich onbevoegd moeten verklaren terzake van de geldigheid van dat octrooi.
682. Conclusie. Dit alles is uiteraard geen ideale oplossing. Een betere oplossing is denkbaar, en daar komen wij op terug in hoofdstuk 8. Hier resumeren wij de tweede voorwaarde die moet worden gesteld aan het buiten toepassing laten van de formele-territorialiteitscomponent van de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling: daar waar formele territorialiteit is gereïncarneerd als exclusieve-bevoegdheidsgrond, zal een dergelijke bevoegdheidsgrond moeten worden aangenomen.