De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten
Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/7.2.2.2:7.2.2.2 Ontbinding
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/7.2.2.2
7.2.2.2 Ontbinding
Documentgegevens:
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS391585:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een ISP-overeenkomst kan door zowel klant als ISP door middel van ontbinding worden beëindigd. Sommige ISP's hanteren het begrip 'opzegging' terwijl zij ontbinding bedoelen. Dat is niet wenselijk en draagt niet bij aan transparantie en duidelijkheid. Gronden voor een klant om de overeenkomst te ontbinden zijn een ISP die zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt en gewijzigde omstandigheden die de uitvoering van de overeenkomst onmogelijk maken. ISP's kunnen de klant het recht geven om bij surseance van betaling of faillissement van de ISP of indien de ISP in grove mate nalatig is geweest in het nakomen van zijn verplichtingen de overeenkomst te beëindigen. Gronden waarop de ISP de overeenkomst kan ontbinden zijn gerede twijfel over de kredietwaardigheid van de klant, het door de klant niet-nakomen van de verplichtingen uit de overeenkomst, het door de klant in strijd handelen met de algemene voorwaarden, gewijzigde omstandigheden die de uitvoering van de overeenkomst onmogelijk maken en overmacht van de ISP. De gronden voor ontbinding door de ISP dienen duidelijk te zijn vermeld in de algemene voorwaarden en van zodanig gewicht te zijn dat verdere gebondenheid niet van de ISP kan worden gevergd. Of gebondenheid niet langer van de ISP kan worden gevergd is mede afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De beëindigingsgrond dat een klant gedurende een bepaalde tijd geen gebruik maakt van zijn overeenkomst is niet van zodanig gewicht dat verdere gebondenheid niet van de ISP kan worden gevergd. Indien de aard en de ernst van de tekortkoming dit rechtvaardigen, moet de consument de overeenkomst kunnen beëindigen door middel van ontbinding van de overeenkomst. Omdat art. 6:236 sub b BW ziet op ontbinding ex. art. 6:261 BW, is een toerekenbare tekortkoming van de ISP vereist die ontbinding kan rechtvaardigen. Een ISP mag zijn ontbindingrecht niet uitbreiden in strijd met art. 6:237 sub d BW. Wanneer de klant in strijd handelt met de algemene voorwaarden wordt ontbinding in de praktijk vaak als sanctie gehanteerd, zie paragraaf 7.3.6 'Sanctiemogelijkheden'.