Billijkheidsuitzonderingen
Einde inhoudsopgave
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/7.3.4:7.3.4 Corrigerende interpretatie: constitutionele beperkingen in de praktijk
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/7.3.4
7.3.4 Corrigerende interpretatie: constitutionele beperkingen in de praktijk
Documentgegevens:
mr. F.S. Bakker, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. F.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS354744:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Weliswaar zijn er weinig gevallen gevonden waarin door een corrigerende interpretatie de juistgenoemde constitutionele voorwaarde werd overschreden – maar volgens mij worden gekunstelde corrigerende interpretaties in teveel gevallen zonder goede reden geaccepteerd.1
In het civiele recht bleek de Hoge Raad er belang aan te hechten dat een corrigerende interpretatie in lijn is met de bedoeling van de wetgever, maar stelt hij niet de eis van de niet-verdisconteerde omstandigheden. Er zijn echter geen gevallen gevonden waarin inhoudelijk geen waarde is gehecht aan de eis. Wel waren verschillende corrigerende interpretaties gekunsteld, terwijl niet werd voldaan aan de strenge eisen die de gekunsteldheid kunnen rechtvaardigen. De Hoge Raad mocht niet aannemen dat de wetgever nooit een tekstuele uitleg van de voorschriften had gewild. Ofwel was een tekstuele uitleg in de ‘normale gevallen’ waarvoor het voorschrift was opgesteld de door de wetgever gewenste, ofwel kon niet uit de wetsgeschiedenis worden afgeleid dat de wetgever geen tekstuele uitleg wilde. Er zijn weinig civielrechtelijke gevallen gevonden waarin de Hoge Raad de feitenrechter corrigeert vanwege gekunsteldheid van een interpretatie.2
In het strafrecht, waar interpretatie als gezegd een belangrijke rol inneemt, besprak de Hoge Raad ook niet uitdrukkelijk de constitutionele eisen aan corrigerende interpretatie, maar overschreed hij die ook niet. Er zijn verschillende gevallen ter sprake geweest waarin de Hoge Raad een gekunstelde corrigerende interpretatie afkeurde, maar ook gevallen waarin deze werd toegestaan zonder dat ze (voldoende) gerechtvaardigd werd door de bedoeling van de wetgever – zelfs wanneer de interpretatie op gespannen voet stond met het legaliteitsbeginsel. Hierbij liet de motivering van deze interpretaties te wensen over.3
Door interpretaties van feitenrechters van het taakstrafverbod van artikel 22b Sr is de constitutionele beperking dat een interpretatie zoveel mogelijk in de lijn moet liggen van de bedoeling van de wetgever overschreden. De bedoeling van de wetgever kon ook deze gekunsteldheid niet rechtvaardigen.4
Ook in het bestuursrecht, waar (corrigerende) interpretatie de meest beperkte rol speelt, zijn geen gevallen gevonden waarin corrigerend werd geïnterpreteerd vanwege reeds door de wetgever verdisconteerde omstandigheden. Wel is een gekunstelde corrigerende interpretatie besproken. Ook deze werd niet gerechtvaardigd door de bedoeling van de wetgever: in de ‘normale gevallen’ waarvoor het voorschrift was opgesteld, leverde grammaticale uitleg de door de wetgever gewenste beslissing op. Er zijn verschillende voorbeelden gegeven van gevallen waarin (wél) werd geoordeeld dat door corrigerende interpretatie te zeer zou worden of werd afgeweken van de tekst van een wettelijk voorschrift. In plaats van te interpreteren, gaf de rechter de voorkeur aan een uitzondering.5