AB 2022/204
Afgeleid belang. Polishouders zijn belanghebbende bij een instemming van DNB met een fusie tussen levensverzekeraars. Dat er een specifieke verzetregeling geldt doet daar niet aan af.
CBb 14-12-2021, ECLI:NL:CBB:2021:1063, m.nt. R. Stijnen
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
14 december 2021
- Magistraten
Mrs. A. Venekamp, R.C. Stam, C.C.W. Lange
- Zaaknummer
21/446, 21/447, 21/448 en 21/449
- Noot
R. Stijnen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS653072:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:2021:1063, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14‑12‑2021
- Wetingang
Art. 1:2, 6:19 Awb; art. 3:118, 3:319 Wft; art. 6:155 BW
Essentie
Afgeleid belang. Polishouders zijn belanghebbende bij een instemming van DNB met een fusie tussen levensverzekeraars. Dat er een specifieke verzetregeling geldt doet daar niet aan af.
Samenvatting
Het College volgt de rechtbank in haar oordeel dat het financiële belang van verweerders uitsluitend bestaat als gevolg van hun contractuele relatie met Optas en dat dus sprake is van een afgeleid belang. Met de rechtbank is het College verder van oordeel dat het afgeleid belang verweerders hier niet kan worden tegengeworpen, omdat de in het geding zijnde belangen een zelfstandige aanspraak op rechtsbescherming rechtvaardigen (vuistregel 3 uit de conclusie Widdershoven). ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.