Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/4.2.2.1
4.2.2.1 Gemeentewet-1992
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ministerie van Binnenlandse Zaken-II (1971), p. 66.
Commissie-Van Kinschot (1980), p. 37.
Wet van 14 februari 1992, Stb. 1992, 96. De grootste wijzigingen ten aanzien van het eindrapport-Van Kinschot kunnen reeds worden aangetroffen in het oorspronkelijke wetsvoorstel van de regering (TK 19403 nrs. 1-2), in de Vierde Nota van Wijziging (TK 19403 nr. 17) en de Vijfde Nota van Wijziging (TK 19403 nr. 26).
Omdat bij de totstandkoming van de Gemeentewet-1992 op het laatst een vernummering heeft plaatsgevonden, kan dit artikel in de parlementaire geschiedenis onder artikelnummer 215 worden teruggevonden.
TK 19403 nr. 3 (MvT), p. 173.
TK 19403 nr. 3, p. 174.
De Gemeentewet is op dit punt gewijzigd bij Wet van 11 november 1993 (Invoeringswet Gemeentewet) Stb. 1993, 610.
De genoemde harmonisatie vond plaats bij Wet van 6 augustus 1993, Stb. 1993, 465.
Zoals gezegd, wordt het woord "accountant" uiteindelijk door de Gemeentewet van 1992 geïntroduceerd. Aangezien het voorlopig ontwerp van de minister van Binnenlandse Zaken nog steeds sprak van "deskundige",1 lijkt het erop dat het gebruik van het woord "accountant" uit de koker van de commissie-Van Kin-schot kwam,2 wier ontwerp overigens op onderdelen behoorlijk verschilde van de tekst die uiteindelijk werd afgedrukt in het Staatsblad.3
De introductie van het begrip accountant vond plaats in art. 213 Gemeentewet-1992.4 Dit artikel diende ter vervanging van de oude artt. 265bis tot en met 265sexies en handelde voornamelijk over de controle van wat vanaf nu "de administratie en (...) het beheer van vermogenswaarden van de gemeente" werd genoemd. Deze controle zou moeten worden uitgeoefend door een registeraccountant. Naast het dan eindelijk introduceren van dit begrip bevatte art. 213 een aantal andere nieuwigheden. Zo werd voor het eerst in dit type bepaling een toetsingskader aangegeven. Lid 1 van art. 213 Gemeentewet eiste dat de administratie en het beheer getoetst moesten worden aan rechtmatigheid en doelmatigheid. Het tweede lid bepaalde dat bevindingen ten aanzien van deze recht- en doelmatigheidstoetsing zouden worden opgenomen in het verslag dat de accountant jaarlijks opstelde. Naast deze bevindingen diende dit verslag de zogenaamde "verklaring bij de jaarrekening" te bevatten. Op grond van art. 197 lid 2 Gemeentewet-1992 zou dit verslag bij het aanbieden van de jaarrekening aan de gemeenteraad worden overgelegd. Lid 3 van art. 213 Gemeentwet-1992 opende de mogelijkheid een accountant in gemeentelijke dienst aan te stellen en sloot daarmee aan bij de praktijk in een vijfentwintigtal gemeenten.5 De Gemeentewet-1992 introduceerde op dit punt overigens niet alleen nieuwe bepalingen, zij schrapte ook een fors aantal oude. Dat lot was bijvoorbeeld de bepalingen uit de oude artt. 265quater tot en met 265sexies beschoren. Volgens de Memorie van Toelichting kon de inhoud van het grootste gedeelte van deze bepalingen worden geïncorporeerd in door de gemeenteraad op te stellen controleregels. Dit gold volgens de regering overigens niet voor de inhoud van het eerste lid van het oude art. 265quater. De onafhankelijkheid van de accountant zou in het gedrang kunnen komen, wanneer de gemeenteraad de frequentie van diens controle zou bepalen:
"Deze deskundige met zijn vakkennis, beroepsregels en erecode, zal en moet zelf kunnen bepalen op welke wijze en hoe vaak de controle zal worden uitgeoefend en hoe hij zijn verslag hieromtrent zal inrichten en doorzenden."6
Art. 197 en 213 Gemeentewet-1992 zijn overigens betrekkelijk kort na deze gemeentewetsherziening opnieuw gewijzigd. In de eerste plaats is de term "registeraccountants" als gevolg van een harmonisatie van de Wet op de registeraccountants en de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten vervangen door "accountants als bedoeld in art. 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek".7 Als gevolg van deze harmonisatie maakte art. 2:393 lid 1 BW het voortaan mogelijk dat de controletaak tevens kon worden opgedragen aan sommige Accountants-Administratieconsulenten.8 De eerste twee leden van art. 197 en art. 213 Gemeentewet-1992 kwamen na dit alles als volgt te luiden:
Artikel 197 Gemeentewet-1992
1. Het college van burgemeester en wethouders legt aan de raad over elk begrotingsjaar verantwoording af van het gevoerde financieel beheer onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag.
2. Het college voegt daarbij een verslag als bedoeld in artikel 213, tweede lid.
3. (...)
Artikel 213 Gemeentewet-1992
1. De raad stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de controle op de administratie en op het beheer van vermogenswaarden van de gemeente. Deze regels dienen onder meer te waarborgen dat de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de administratie en het beheer worden getoetst.
2. De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien in de aanwijzing van een of meer registeraccountants belast met het onderzoek van de in artikel 197 bedoelde jaarrekening alsmede met het ter zake uitbrengen van een verslag, dat behalve de verklaring bij de jaarrekening bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid.
3. Accountants als bedoeld in het tweede lid kunnen in gemeentelijke dienst worden aangesteld. In dat geval worden zij door de raad benoemd, geschorst en ontslagen. Artikel 101, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.