WR 2024/63
Woonruimte – ontbinding en ontruiming: belangen minderjarige kinderen; IVRK; ontruimingstermijn
Hof Den Haag 09-01-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:33, m.nt. Z.H. Duijnstee-van Imhoff
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
9 januari 2024
- Magistraten
Mrs. A.E.A.M. van Waesberghe, J.E.H.M. Pinckaers en C. van Hees
- Zaaknummer
200.312.854/01
- Noot
Z.H. Duijnstee-van Imhoff
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS957822:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Verbintenissenrecht (V)
Huurrecht / Algemeen
Huurrecht / Huur van woonruimte
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2024:33, Uitspraak, Hof Den Haag, 09‑01‑2024
- Wetingang
Essentie
Woonruimte – ontbinding en ontruiming: belangen minderjarige kinderen; IVRK; ontruimingstermijn
Samenvatting
De vordering tot ontbinding en ontruiming vanwege ernstige betalingsachterstand is in eerste aanleg toegewezen. Daarbij werd de ontruimingstermijn bepaald op veertien dagen na betekening van het – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – vonnis. In hoger beroep wordt overwogen dat de persoonlijke omstandigheden van huurders (o.a. slachtoffers van de Toeslagenaffaire en medische problemen) niet in de weg staan aan ontbinding. Dat geldt ook voor de, op grond van art. 3 IVRK mee te wegen, belangen van de in het gehuurde woonachtige, minderjarige kinderen. Het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.