Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/3.4:3.4 Autonome uitleg
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/3.4
3.4 Autonome uitleg
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS456403:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 18 december 1996, nr. 21787/93 (Valsamis v Greece), par. 31.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In sommige gevallen is het erg onduidelijk op grond waarvan de wetgever of rechter een object met een religieus karakter (nader) definieert of als zodanig kwalificeert. Er ontbreekt dan een nadere motivering. Hierdoor wordt de indruk gewekt dat hij geheel op eigen inzicht beslist. Dit hoeft niet zo te zijn, maar omdat het tegendeel niet blijkt en dit ook niet kan worden achterhaald noem ik deze manier om tot een begrip van godsdienst te komen autonoom.
Een voorbeeld is de EHRM-zaak Valsamis v Greece. Deze Griekse zaak ging over de weigering van Jehova’s getuigen om hun kind te laten deelnemen aan een herdenkingsparade ter gelegenheid van de dag van de onafhankelijkheid. Volgens de ouders was de parade te militaristisch en in strijd met de pacifistische overtuigingen van het Jehova’s getuigen-geloof. Het EHRM liet zich niet door het relaas van de ouders overtuigen en stelde daarentegen dat ‘it can discern nothing, either in the purposes of the parade or in the arrangements for it, which could offend the applicants’ pacifist convictions…’ en concludeerde dat ‘the obligation to take part in the school parade was not such as to offend her parents’ religious convictions’.1 Zoals uit het citaat blijkt oordeelt het EHRM in weerwil van de opvattingen van de ouders dat de parade niet in strijd is met het gedachtegoed van de Jehova’s getuigen. Het EHRM onderbouwt dit oordeel niet terwijl het oordeel mijns inziens niet evident is. Ik duid een dergelijke kwalificatie dan ook als een ‘autonome kwalificatie’.
Een autonome uitleg van het begrip godsdienst is vanuit het perspectief van het leerstuk van de interpretatieve terughoudendheid en de consistentie van het rechtssysteem (vanwege de eenheid van de wet) kwestieus. Een eigen kwalificatie van een wetgever of rechter getuigt niet van een terughoudende opstelling en een autonome kwalificatie die afwijkt van de lijn in de jurisprudentie is niet bevorderlijk voor de rechtseenheid. Niet in alle gevallen is een autonome uitleg echter even problematisch. Dat is zij bijvoorbeeld niet wanneer zij tussen de partijen onomstreden is (tenzij dit een ongewenst precedent schept) of omdat de uitleg erg voor de hand ligt. Net als bij een objectiverende manier om tot een begrip van godsdienst te komen is het resultaat van een autonome manier dat het begrip van godsdienst wordt afgebakend tot één of bepaalde godsdienst(en) en de daaruit voortvloeiende uitingen en gedragingen. We kunnen daarom stellen dat een autonome uitleg van het begrip godsdienst leidt tot een objectivering van het begrip godsdienst: godsdienst wordt een omlijnd, verifieerbaar begrip.