Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/58.2.1
58.2.1 Achtergrond van de wet
mr. dr. J.M.J. van Rijn van Alkemade, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. J.M.J. van Rijn van Alkemade
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2009/10, 32402, 1-3.
Zie voor deze discussie: A.C. Hendriks, H.C.B. van der Meer & D.Y.A. van Meers-bergen, ‘Nieuwe kwaliteits- en klachtenwet voor gezondheidszorg. Oplossing of problemen erbij?’, NJB 2016/71, p. 108-114, met verdere verwijzingen.
Zie voor deze zeven rechten de kabinetsbrief ‘Patiënten- en cliëntenrechten’, Kamerstukken II 2007/08, 31476, 1. Deze zeven rechten betroffen het recht op 1) beschikbare en bereikbare zorg 2) keuze en keuze-informatie 3) kwaliteit en veiligheid 4) informatie, toestemming, dossiervorming en privacy 5) afstemming tussen zorgverleners 6) een effectieve en laagdrempelige klacht- en geschillenbehandeling en 7) medezeggenschap en goed bestuur.
Op 1 januari 2016 is na een langdurige parlementaire behandeling de Wkkgz in werking getreden. Het wetsvoorstel dat uiteindelijk tot de Wkkgz heeft geleid werd in juni 2010 ingediend en heette toen nog de Wet cliëntenrechten zorg (Wcz).1 Doel van dit ambitieuze, maar van meet af aan omstreden wetsvoorstel was het verstevigen van de rechtspositie van de patiënt.2 De kern van het wetsvoorstel werd gevormd door de daarin vastgelegde zeven ‘basisrechten’ van de patiënt.3 Toen in de loop van de parlementaire behandeling duidelijk werd dat de Wcz waarschijnlijk niet op een meerderheid kon rekenen, besloot de regering in 2013 het voorstel in afgeslankte vorm door te zetten.4 In het tot Wkkgz omgedoopte wetsvoorstel bleven van de zeven basisrechten twee rechten over: het recht op goede zorg en een effectieve en laagdrempelige klachten- en geschillenbehandeling.5