Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/10.3.2.1:10.3.2.1 Wettelijke omschrijving
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/10.3.2.1
10.3.2.1 Wettelijke omschrijving
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS607824:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2006/07, 31 065, nr. 3, p. 44.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van art. 4 lid 4 WBR tellen voor de ‘beziteis’ ook de activa mee waarin het onroerendezaaklichaam ten minste een derde gedeelte belang heeft. Tot 1 januari 2008 was het 331/3-criterium gekoppeld aan het geplaatste kapitaal. Sindsdien wordt uitgegaan van het ruimere begrip ‘belang’, dat in paragraaf 10.3.1 is geanalyseerd.
Gassler (2006) merkt op dat personenvennootschappen waarvan de participaties recht geven op een evenredig aandeel in het kapitaal, onder de huidige wet ook onder de werking van art. 4 lid 4 WBR vallen. Voor dergelijke lichamen geldt de consolidatiebepaling dus ook. Dit vloeit voort uit art. 4 lid 10 WBR, waarin voor de toepassing van art. 4 WBR als geheel is bepaald wat onder een ‘lichaam’ moet worden verstaan.
In het kader van de wetsvoorstellen ‘Titel 7.13 BW’ (28 746) en ‘Invoering titel 7.13 BW’ (31 065) is bevestigd dat het begrip ‘belang’ in art. 4 lid 4 WBR niet alleen betrekking heeft op aandelen in een vennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal, maar ook op de economische deelgerechtigdheid in een OVR en CVR.1 De omschrijving van het begrip ‘lichaam’ in art. 4 lid 10 WBR lijkt hierdoor overbodig te worden.