Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.3.3
5.3.3 Toepasselijk recht
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS398400:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 3 Haags verkeersongevallenverdrag 1971 en art. 4 lid 1 van Verordening Rome II.
Voor zowel Verdrag als Verordening geldt dat onder het toe te passen recht het materiële recht is bedoeld en niet het IPR van dat land. Wat betreft het Haags Verdrag volgt dat uit het gebruik van de term 'intern recht', terwijl de Verordening dit beginsel neerlegt in art. 24, waar herverwijzing wordt uitgesloten.
Toelichting bij het voorstel van de Europese Commissie voor de 4e Richtlijn, doc. COM (97) 510 van 10 oktober 1997, 7. Zie ook Van Schoubroeck, Krachtlijnen, p. 217.
De schaderegelaar treedt op als vertegenwoordiger van de verzekeraar. Hij zal hetzelfde recht hebben toe te passen als de verzekeraar. Dat is doorgaans het recht van het land van het ongeval.1 Het is een misvatting dat dit ook - altijd - het materiële recht van dat land zal zijn. Onder omstandigheden kan het IPR meebrengen dat het recht van een andere staat moet worden toegepast. Vergelijk art. 4 onder a) en b) van het Haags verkeersongevallenverdrag en art. 4 lid 3 Verordening Rome II2
Van de schaderegelaar wordt verwacht dat hij kennis van het toe te passen recht heeft, maar grondige kennis lijkt niet te worden geëist:
"Terwijl het onredelijk zou zijn te verlangen dat de schaderegelaar het recht van het land van het ongeval - a fortiori van alle andere lidstaten - kent, moet hij wel in staat zijn de verschillen tussen het toepasselijke recht en dat waarmee het slachtoffer vertrouwd is, te onderkennen, althans wat de werkwijze en het niveau van schadeloosstelling in elke lidstaat betreft."3
Wellicht ten overvloede zij erop gewezen dat de schaderegelaar er daarmee niet is. Vindt het ongeval in een bij het groenekaartstelsel aangesloten niet-lidstaat plaats, dan zal doorgaans het recht van die niet-lidstaat moeten worden toegepast. De eis van zelfs maar oppervlakkige kennis van het recht van de 15 niet-lidstaten die tot het groenekaartstelsel behoren zou werkelijk teveel gevraagd zijn. Gezien de geciteerde passage uit de toelichting bij het richtlijnvoorstel verwacht de Europese wetgever dat ook niet, waarbij ik niet veel betekenis hecht aan het niet terugkeren van de geciteerde passage in de (overwegingen bij de) Richtlijn. Zou de Europese wetgever immers van oordeel zijn dat de schaderegelaar tot meer in staat moet zijn dan het onderkennen van de verschillen tussen het 'eigen' recht en dat van de andere lidstaten, dan had het opnemen van een expliciete bepaling in de rede gelegen.