Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.4.2.1
7.4.2.1 Inleiding
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258392:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Advisory Opinion 1.1. The concept of 'sale' in the Agreement. (Adopted, 2nd Session, 2 October 1981, 27.960).
European Commission, 17 Sept. 2020, Guidance Document on Customs Valuation Implementing Act Arts 128 and 136 UCC IA, and Art. 347UCC IA, 17 Sept. 2020, TAXUD/2623395rev2/2020, punt 10. Het is in mijn optiek vreemd dat door de Technische commissie douanewaarde wordt gesproken over ‘marktwaarde’. Dit begrip komt namelijk niet terug in de CVA of het DWU-wetgevingspakket. Ik meen echter dat aansluiting gezocht wordt bij het begrip ‘werkelijke waarde’ zoals bedoeld in artikel VII:2 (b) GATT 1947.
Het begrip ‘verkoop’ is in de CVA noch de wettelijke bepalingen van het DWU-wetgevingspakket gedefinieerd. Advisory Opinion 1.1 van de Technische commissie douanewaarde van de WDO geeft richting aan de invulling van het begrip ‘verkoop’, waarmee de uniforme uitleg van het begrip ‘verkoop’ wordt nagestreefd.1 Daartoe omvat Advisory Opinion 1.1 diverse casusposities waarbij goederen ten invoer zijn aangegeven, maar waarbij de onderliggende transacties niet kwalificeren als verkoop (onderdeel 7.4.2.4). Voorts merkt de Technische commissie douanewaarde van de WDO op dat een verkoop ‘in the widest sense’ moet worden uitgelegd. In de Guidance Document on Customs Valuation legt de Europese Commissie dit in die zin uit dat alle transacties die economisch of juridisch als verkoop kwalificeren, voor de vaststelling van de douanewaarde aangewend moeten worden. Hiermee zou de werkelijke marktwaarde van het ingevoerde goed het beste worden gereflecteerd.2
Door aan te sluiten bij transacties die economisch of juridisch als verkoop kwalificeren, wordt bereikt dat de douanewaarde zo vaak mogelijk op basis van de transactiewaarde wordt vastgesteld. Tegelijk doemt het gevaar op dat elke EU-lidstaat er een andere interpretatie op nahoudt door zich te baseren op nationale wetgeving waarin het begrip ‘verkoop’ is vervat. Dit komt de uniformiteit van de toepasbare regelgeving niet ten goede. Dit wordt versterkt door het feit dat ook in het DWU-wetgevingspakket niet is voorzien in een invulling van het begrip ‘verkoop’. Sherman & Glashoff geven aan dat ondanks het ‘gevaar’ voor verschillende interpretaties, over het algemeen consensus bestaat over de kenmerken van een verkoop.3 Dit lijkt in de praktijk echter genuanceerder te liggen. Zo huldigen diverse douaneautoriteiten het standpunt dat verkooporders (‘purchase orders’) ook als verkoop voor uitvoer kwalificeren, wat naar mijn optiek een te ruime opvatting van het begrip verkoop voor uitvoer voor douanedoeleinden betreft (onderdeel 9.4.5).
In het hiernavolgende ga ik nader in op de betekenis die aan een verkoop vanuit juridisch en economisch perspectief kan worden toegekend (onderdeel 7.4.2.2). Daaropvolgend bespreek ik twee arresten van het Hof van Justitie waarin het begrip verkoop nader wordt geduid (onderdeel 7.4.2.3). Tot slot ga ik in op de diverse casusposities zoals opgenomen in Advisory Opinion 1.1 waarbij goederen ten invoer zijn aangegeven, maar waarbij de onderliggende transacties niet kwalificeren als verkoop (7.4.2.4).