NJB 2025/2472
Niet-ontijdig (Keskin-)getuigenverzoek art. 6 EVRM en afzien van een niet verschenen getuige op de grond dat het onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn op de terechtzitting zal verschijnen, art. 288 lid 1, aanhef en onder a, Sv: toepassing HR 14 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1519 (over ontijdigheid) en voorts HR 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:466 en EHRM 15 december 2015, nr. 9154/10 (Schatschaschwili/Duitsland) (i.v.m. art. 288 Sv). In casu heeft het hof het Keskin-getuigenverzoek afgewezen op de grond dat de verzochte getuigen redelijkerwijs niet meer binnen een aanvaardbare termijn kunnen worden gehoord en dat een voortvarende en tijdige afdoening van de strafzaak moet prevaleren. Bij dit oordeel heeft het hof ‘het niet toegelichte gebrek aan activiteit van de zijde van de verdediging inzake het horen van getuigen’ betrokken, waarbij het hof onder meer in aanmerking heeft genomen dat er, na de behandeling van de zaak in eerste aanleg, in hoger beroep door de verdediging geen nieuwe argumenten naar voren zijn gebracht tegen het gebruik van de verklaringen van de verbalisanten, en dat de verdediging geen verklaring heeft gegeven voor het zeer late stadium waarin het verzoek is gedaan. Dit oordeel is niet toereikend gemotiveerd nu geen inspanningen zijn verricht door de autoriteiten om een ondervragingsgelegenheid te realiseren, terwijl ook de omstandigheid dat de verdediging geen gebruik heeft gemaakt van een eerder bestaande gelegenheid om wensen met betrekking tot de ondervraging van getuigen kenbaar te maken die afwijzing in casu niet kan dragen. Zie ook HR 14 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1555 (zie NJB 2025/2471).
HR 14-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1556
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M.J. Borgers, T. Kooijmans
- Zaaknummer
24/03117
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1556, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:997, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑05‑2025
- Wetingang
(art. 6 EVRM)
Essentie
Niet-ontijdig (Keskin-)getuigenverzoek art. 6 EVRM en afzien van een niet verschenen getuige op de grond dat het onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn op de terechtzitting zal verschijnen, art. 288 lid 1, aanhef en onder a, Sv: toepassing HR 14 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1519 (over ontijdigheid) en voorts HR 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:466 en EHRM 15 december 2015, nr. 9154/10 (Schatschaschwili/Duitsland) (i.v.m. art. 288 Sv). In casu heeft het hof het Keskin-getuigenverzoek afgewezen op de grond dat de verzochte getuigen redelijkerwijs niet meer binnen een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.