Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/6.2.2
6.2.2 LIFE+ programma en de bescherming van Natura 2000-gebieden
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS446195:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
European Commission 2010a, p. 19-45 en www.agentschapnl.nl/programmasregelingen/life.
Ministerie van LNV 2006d, p. 1. Een uitgebreide analyse van de aanvragen voor LIFE-Natuur is te vinden in European Commission (DG Environment) 2009.
Ministerie van LNV 2006d, p. 13-14.
Ministerie van LNV 2006d, p. 15 en 17-20.
European Commission (DG Environment) 2009, p. 3-4 en Ministerie van LNV 2006d, p. 1
Ministerie van LNV 2006d, p. 10-12.
Ministerie van LNV 2006d, p. 1 en 10-12.
Zie www.ec.europa.eu/environment/life onder de kopjes ‘LIFE search’ en ‘Projects’.
Zie www.ec.europa.eu/environment/life onder de kopjes ‘LIFE search’ en ‘Projectdatabase’.
Dit blijkt uit de inhoud van de art. 3,9 en 11 en de bijbehorende toelichting op het Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de vaststelling van een programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE), Brussel 12 december 2011, COM (2011) 874 definitief, 2011/0428 (COD). Zie www.ec.europa.eu/environment/life.
Het LIFE+ programma, beleidsterrein ‘Natuur en biodiversiteit’, is speciaal in het leven geroepen om de Natura 2000-gebieden in Europa te beschermen. Het subonderdeel ‘Natuur’ is uitsluitend bedoeld voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden.
Projecten met de bovenstaande doelstelling kunnen voor maximaal 50%, en indien een project betrekking heeft op een prioritaire habitat- of (vogel)soort voor maximaal 75%, in aanmerking komen voor cofinanciering. Het aanvragen van cofinanciering is mogelijk voor verschillende soorten projecten. Hierbij kan worden gedacht aan projecten met betrekking tot het beheer en de inrichting van een Natura 2000-gebied, het monitoren van de ontwikkelingen in het Natura 2000-gebied, het ontwikkelen van speciale soortenplannen voor kwalificerende habitattypen en (vogel)soorten en − onder strikte voorwaarden − voor de aankoop van gronden. Deze laatste mogelijkheid bestaat alleen voor zover de aankoop van gronden bijdraagt aan de instandhouding of het herstel van een Natura 2000-gebied. De aankoop van grond moet de enige en/of de meeste efficiënte manier zijn om dit doel te bereiken. De lidstaat waarin de (aan te kopen) gronden zijn gelegen, moet er voor zorgen dat de grond langdurig bestemd blijft voor natuurbeschermingsdoeleinden.1
Het huidige LIFE+ programma biedt goede mogelijkheden voor de cofinanciering van projecten ten behoeve van de bescherming van Natura 2000-gebieden in Nederland. Eerder bestond een vergelijkbare mogelijkheid op basis van LIFE-Natuur. Dit programma was een voorloper van het huidige ‘LIFE+ Natuur en biodiversiteit’. In de periode 1992-2006 zijn op basis van deze regeling in totaal 28 verschillende Nederlandse projecten ter waarde van ongeveer € 30 mln ondersteund.2
Het merendeel van de subsidieaanvragen in deze periode werd ingediend door non-gouvermentele organisaties en de provinciale landschappen. Lokale en regionale overheden dienden bijna geen aanvragen in, maar traden vaak wel op als cofinancier.3 De meeste projecten hadden betrekking op het herstel van biotopen in de traditionele wetlands zoals hoog- en laagveengebieden, schorren en slikken. In dat kader zijn onder meer projectaanvragen ingediend en toegekend voor (delen) van de Natura 2000-gebieden Waddenzee, Haringvliet en Oosterschelde.4 Het verzoek op cofinanciering had bij hoge uitzondering (ook) betrekking op de aankoop van gronden.5 In vergelijking met het buitenland werden in het begin van de periode 1992-2006 relatief weinig Nederlandse LIFE-Natuur aanvragen ingediend en toegekend.6 Mogelijkerwijs had dat van doen met het geringe enthousiasme van terreinbeheerders en overheden voor het Natura 2000-project, in combinatie met de beschikbaarheid van een toegankelijke nationale regeling voor natuurherstel.7
Het huidige LIFE+-programma is gestart in 2007 en bestrijkt de periode tot en met 2013. Tot dusver zijn binnen het subonderdeel ‘Natuur’ 12 Nederlandse projectaanvragen goedgekeurd. Met de cofinanciering van die projecten is een bedrag van ruim € 25 mln gemoeid. In alle gevallen gaat het om projecten die samenhangen met de realisering van de instandhoudingsdoelstellingen in de betrokken Natura 2000-gebieden. De aanvragen zijn vooral afkomstig van Natuurmonumenten en provinciale landschappen zoals Stichting het Noord-Hollands Landschap.8
In 2008 gaat het om projecten ten behoeve van een verbetering van de waterbouwkundige situatie van de ‘natte natuur’ in de heide en hoogveengebieden Dwingelderveld en Fochteloërveen. Voor het begrotingsjaar 2009 zijn de projecten ‘Herstel Noordduinen’ en ‘Herstel Nederlandse duinen’ goedgekeurd. Het eerste project voorziet in een revitalisering van het zeldzame habitattype ‘grijze duinen’ in het Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Callantsoog. De doelstelling van het project ‘Herstel Nederlandse duinen’ is het herstellen en uitbreiden van de habitattypes grijze en witte duinen, vochtige duinvalleien en duinbossen met duindoornstruwelen in de Natura 2000-gebieden Voornes Duin, de Duinen van Goeree en de Kwade Hoek en KennemerlandZuid. Hierdoor moet de aanwezigheid van zeldzame en karakteristieke plantensoorten worden vergroot. In 2010 is een groot project ten behoeve van het herstel van stuifzanden (Hulshorsterzand) in het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ goedgekeurd. In 2011 is onder meer cofinanciering toegekend voor herstelprojecten in de Amsterdamse waterleidingduinen en de Deurnsche Peel/ Mariapeel. Tot slot is in 2012 financiële steun toegezegd voor het herstel van laagveenmoerassen in een aantal Natura 2000-gebieden waaronder het Naardermeer, Botshol, Oostelijke vechtplassen en de De Wieden.9
Gelet op de inhoud van de projecten en de aanvragers is er sprake van overeenkomsten met de periode 1992-2006. De projectaanvragen zijn afkomstig van non gouvermentele organisaties en gericht op het herstel van bepaalde biotopen. Gezien de reikwijdte van de LIFE+-regeling is het ook mogelijk dat andersoortige projecten, zoals soortbeschermingsplannen en, de aankoop van gronden ten behoeve van een Natura 2000-gebied, voor cofinanciering in aanmerking komen.
Het is de bedoeling om het LIFE+-programma in de toekomst voort te zetten onder de naam LIFE. De Europese Commissie is voornemens om in de periode 2014-2020 € 3,2 mrd vrij te maken ten behoeve van milieu en klimaatactie. Het voorgestelde nieuwe programma bouwt voort op het bestaande LIFE+-programma. De huidige mogelijkheden om dit instrument ten behoeve van Natura 2000-gebieden in te zetten blijven (naar verwachting) in ongewijzigde vorm bestaan.10