Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/6.2.4
6.2.4 Verordening (EG) nr. 1698/2005 en de bescherming van Natura 2000-gebieden
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS441313:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor een overzicht op hoofdlijnen en meer uitvoerige informatie kan gebruik worden gemaakt van de publicaties van Amtenbrink en Vedder 2013, p. 364-369, Groeneveld e.a. 2011 en Dekker en Van der Wal 2008.
In de praktijk is het niet altijd even gemakkelijk om vast te stellen of art. 107, lid 1 VWEU van toepassing is. Zie daarover Amtenbrink en Vedder 2013, p. 365-368.
HvJ EG 15 maart 1994, zaak C-387/92, Jur. 1994 I-00877 (Banco Exterior).
HvJ EG 15 maart 1994, zaak C-387/92, Jur. 1994 I-00877 (Banco Exterior) en HvJ EH 8 november 2001, zaak C-143/99, Jur. 2001 I-08365 (Adria-Wien pipeline).
HvJ EG 21 maart 1990, zaak C-142/87, Jur. 1990 I-00959 (België/Commissie).
HvJ EG 14 februari 1990, zaak C-301/87, Jur. 1990 I-00307 (Frankrijk/Commissie).
Bekendmaking van de Europese Commissie, Pb 1997, C 209/3.
De uitzondering in art. 107, lid 2 VWEU betreft in tegelstelling tot art. 107, lid 3 VWEU een discretionaire bevoegdheid. Zie Amtenbrink en Vedder 2013, p. 367. De Europese Commissie heeft voor de toepassing van de uitzondering van art. 107, lid 3 sub c VWEU veel beleidsregels vastgesteld
Bestaande steun is staatssteun die al bestond voor de inwerkingtreding van het toepasselijke EU-recht en/of steun die eerder is goedgekeurd door de Europese Commissie. Nieuwe steun is alle andere staatssteun met inbegrip van wijzigingen van bestaande staatssteun.
Art. 108, lid 3 VWEU.
Art. 108, lid 2 VWEU jo. art. 7, lid 6 Verordening 659/1999.
Art. 7, lid 2-5 Verordening 659/1999.
Art. 14 Verordening 659/1999.
HvJ EG 15 januari 1986, zaak 52/84, Jur. 1986 00089 (België/Commissie) en HvJ EG 20 september 1990, zaak C-5/89, Jur. 1990 I-03437 (Commissie/Duitsland).
In de vorige paragraaf is de doelstelling van Verordening nr. 1698/2005 (ELFPO) uiteengezet. Deze verordening is hoofdzakelijk bedoeld voor de ontwikkeling van het Europese platteland. In het kader van het Europese landbouwbeleid bestaan goede mogelijkheden om Natura 2000-gebieden te beschermen. Het Europese plattelandsbeleid en de ELFPO zijn door de Nederlandse wetgever verwerkt in het POP2. In genoemd plan vormt de verbetering van het milieu en het platteland een belangrijke doelstelling.
Het POP2 is goedgekeurd door de EC. Toch moet bij het verlenen van financiële steun ten behoeve van het beheer van Natura 2000-gebieden worden nagegaan of geen sprake is van verboden staatssteun.1 Het verbod hierop is opgenomen in artikel 107, eerste lid VWEU:
‘Behoudens de afwijkingen waarin de Verdragen voorzien, zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de interne markt, voorzover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt’.2
Van staatssteun is sprake wanneer een onderneming van de overheid een positieve bijdrage of een voordeel ontvangt.3 Subsidies vormen een goed voorbeeld hiervan. Daarnaast kan worden gedacht aan zaken zoals kwijtgescholden of lagere belastingen,4 investeringen op niet-marktvoorwaarden,5 leningen tegen niet marktconforme rentes6 en de verkoop of verhuur van land tegen niet-marktprijzen.7 Een maatregel die onder de werking van artikel 107, eerste lid VWEU valt is verboden, tenzij één van de uitzonderingen in artikel 107, tweede of derde lid VWEU van toepassing is.8 Het Unierecht voorziet in een speciale procedure voor het vaststellen van eventuele verboden staatssteun. Deze procedure is vastgelegd in artikel 108 VWEU, Verordening 659/1999, en in de jurisprudentie van het Gerecht van Eerste aanleg en het HvJ EU. De staatssteunprocedure is van toepassing op bestaande en nieuwe staatssteun.9 Om die reden onderwerpt de EC bestaande staatssteun aan een voortdurend onderzoek. De lidstaten zijn verplicht om nieuwe steunmaatregelen aan te melden bij de EC. Het is niet toegestaan om staatssteun te verlenen zonder goedkeuring van de EC. Het verlenen van staatssteun zonder voorafgaande aanmelding is onrechtmatig, maar sluit niet uit dat de EC in een later stadium instemt met de steunmaatregel. Na de aanmelding van een steunmaatregel start de EC een onderzoek. Dit kan ook gebeuren bij een niet aangemelde of een bestaande steunmaatregel indien bij de EC het vermoeden bestaat dat sprake is verboden staatsteun. Het onderzoek valt uiteen in een informele en een formele fase. De informele fase van het onderzoek duurt 2 maanden en kan leiden tot de conclusie dat geen sprake is van staatssteun, dat er wel sprake is van staatssteun, maar dat de steunmaatregel verenigbaar is met de interne markt. Of dat er wel sprake is van staatssteun en dat bij de EC ernstige twijfels bestaan over de verenigbaarheid van de staatssteunmaatregel met de interne markt.10 Indien de laatste situatie zich voordoet kan de EC de formele onderzoeksfase starten. Deze fase duurt in principe 18 maanden waarbij moet worden opgemerkt dat het mogelijk is om de termijn te verlengen.11 In tegenstelling tot een onderzoek in de informele fase hebben belanghebbenden het recht om te worden gehoord. De formele onderzoeksprocedure wordt afgesloten met een van de volgende conclusies:
De EC concludeert dat geen sprake is van staatssteun;
De EC neemt een positief besluit. De steunmaatregel is een vorm van staatssteun, maar deze is verenigbaar met de interne markt;
De EC neemt een voorwaardelijk besluit. De steunmaatregel is een vorm van staatssteun die onder voorwaarden verenigbaar is met de interne markt;
De EC neemt een negatief besluit. De steunmaatregel is een vorm van staatssteun die onverenigbaar is met de interne markt.12
De EC kan terugvordering bevelen van staatssteun die onverenigbaar is met de interne markt.13 Het doel van de terugvordering is het herstel van de oude (legale) toestand. Het HvJ EU hanteert in voorkomende gevallen een strenge lijn. Praktische problemen, dreigende faillissementen en gewettigd vertrouwen vormen geen reden om af te zien van terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun.14
Ten behoeve van de uitvoering van As 2 (‘Verbetering van het milieu en het platteland’) van het POP2 heeft de Nederlandse wetgever een aantal standaardmaatregelen opgesteld. Deze maatregelen zijn te realiseren met behulp van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer (maatregel 214 en 216) en de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur- en landschapsbeheer (221). De oude afzonderlijke ‘Probleemgebiedenvergoeding’ (maatregel 212) en de ‘Vergoeding opvang ganzen en smienten’ (maatregel 214) zijn met ingang van 1 januari 2010 ‘opgegaan’ in de SNL. De mogelijkheden om de SNL en Sknl voor dat doel in te zetten worden onderzocht in paragraaf 6.3. In dat kader wordt ook kort stilgestaan bij de verhouding tussen Nederlandse subsidiestelsels en de staatssteunregels.