Verzekering verzekerd?
Einde inhoudsopgave
Verzekering verzekerd? (R&P nr. FR13) 2015/7.5:7.5 Verhaalspositie
Verzekering verzekerd? (R&P nr. FR13) 2015/7.5
7.5 Verhaalspositie
Documentgegevens:
mr. N. Lavrijssen, datum 15-01-2015
- Datum
15-01-2015
- Auteur
mr. N. Lavrijssen
- JCDI
JCDI:ADS615068:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de noodregeling kunnen verzekerden - net als in faillissement - een beroep doen op een wettelijk voorrecht. Voor de noodregeling is dit voorrecht opgenomen in art. 3:198 Wft. De preferentieregeling van art. 3:198 Wft is gelijk aan die van art. 213m Fw, zoals beschreven in paragraaf 3.4.2 van hoofdstuk 3. Voor de uitwerking van de verhaalsvolgorde bij schade- en levensverzekeraars verwijs ik naar deze paragraaf.
Wel merk ik hierbij op dat verzekerden in het kader van de noodregeling mijns inziens niet de positie van boedelschuldeiser in kunnen nemen. Art. 24 Fw en de rechtsregel uit het arrest Koot Beheer/Tideman q.q. zijn beide slechts van toepassing in faillissementssituaties. Bovendien bepaalt art. 10 lid 2 van de richtlijn sanering en liquidatie verzekeringsondernemingen dat aan uitgaven in verband met de liquidatieprocedure voorrang mag worden toegekend. Een voorbeeld hiervan zijn de kosten die worden gemaakt voor de inschrijving van de noodregeling in de openbare registers.1 Vorderingen uit hoofde van verzekering kunnen niet worden beschouwd als uitgaven in verband met de noodregeling. Verzekerden kunnen daarom in het kader van de noodregeling niet de positie van boedelschuldeiser innemen.
In hoeverre verzekerden hun vorderingen uiteindelijk voldaan krijgen, is vanzelfsprekend afhankelijk van de omvang van de boedel en de vorderingen van alle schuldeisers samen. Net als in faillissement2 geldt ook in het kader van de noodregeling dat het zelfs bij een ontoereikende boedel zo kan zijn dat verzekerden hun hele vordering voldaan krijgen. Zowel bij liquidatie van de verzekeringsportefeuille als bij overdracht van de verzekeringsportefeuille in gewijzigde vorm geldt dat een alternatieve route voor het veilig stellen van de uitkering in de toekomst mogelijk kan worden gevonden in het verzekeringscompensatiestelsel. Zou een algemene garantieregeling voor de verzekeringssector in het leven worden geroepen,3 dan zou deze alternatieve route – afhankelijk van de voorwaarden die ervoor gaan gelden – mogelijk een volwaardig alternatief gaan vormen voor het veilig stellen van de uitkeringen. De enige twee garantieregelingen die de schade- en levensverzekeringsbranche op dit moment kent, is het Waarborgfonds Motorverkeer4 en het Zorginstituut Nederland.5 Voor de schade die door een motorvoertuig is toegebracht aan een andere verkeersdeelnemer, geldt ook in het kader van de noodregeling dat het Waarborgfonds Motorverkeer tot uitkering zal overgaan. Op grond van art. 25 lid 1 sub d WAM - welk artikel spreekt over onvermogen en niet over faillissement van de verzekeraar - springt het fonds bij voor zover de verzekeringsonderneming geen verhaal biedt.6 Ook het Zorginstituut Nederland keert aan verzekerden uit wanneer de noodregeling ten aanzien van een zorgverzekeraar wordt uitgesproken op grond van art. 31 lid 1 Zvw.