Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/7.3.2:7.3.2 Ontwerp-Van der Linden
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/7.3.2
7.3.2 Ontwerp-Van der Linden
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS488406:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ontwerp Burgerlijk Wetboek, 1807-1808 (door J. van der Linden), heruitgave van J.Th. de Smidt, Amsterdam 1967.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Ontwerp-Van der Linden1 is een poging gedaan de inhoud van het eigendomsbegrip nader te omlijnen. De art. 2 tot en met 7 van het tweede boek, tweede titel, eerste afdeling van dit ontwerp luiden als volgt:
‘Het regt van Eigendom is inzonderheid kenbaar aan deszelfs gevolgen, als in zich bevattende:
Het regt om alle de vruchten, die van het Goed voortkomen, te genieten.
Het regt, om zich van het Goed te bedienen tot zoodanig betamelijk gebruik, als men zal goedvinden.
Het regt, om de form of gedaante van het Goed, naar goedvinden, te veranderen.
Het regt, om het Goed, des geraden achtende, geheel te vernietigen.
Het regt, om aan alle anderen te beletten, zich van dat Goed te bedienen, ten ware zij uit krachte van een regt van Servituut of andere overeenkomst, daartoe geregtigd zijn mogten.
Het regt, om de zaak te vervreemden, of eenige andere soort van regt, bij voorbeeld gebruik, aan andere over te dragen.’