JAR 2015/162
Aanzegging als bedoeld in artikel 7:668 lid 1 BW (nieuw) moet schriftelijk geschieden. De aanzegging als bedoeld in artikel 7:668 lid 1 BW (nieuw) dient schriftelijk te geschieden. Aan de mondelinge aanzegging komt geen betekenis toe, ook niet bij erkenning daarvan door de werknemer.
Rb. Rotterdam 05-06-2015, ECLI:NL:RBROT:2015:3883
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
5 juni 2015
- Magistraten
Mr. W.J.J. Wetzels
- Zaaknummer
4009511 / VZ VERZ 15-7004
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2015:3883, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 05‑06‑2015
- Wetingang
Essentie
Werknemer had een tijdelijk contract dat van rechtswege afliep op 3 februari 2015. Op 15 januari 2015 is haar mondeling meegedeeld dat het contract niet verlengd zou worden. Aan de verplichting ingevolge art. 7:668 lid 1 BW (nieuw) om die aanzegging schriftelijk te doen is niet voldaan. Zij maakt aanspraak op de vergoeding uit art. 7:668 lid 3 BW (nieuw).
De vordering van de werknemer is aanhangig gemaakt bij verzoekschrift. Gelet op het feit dat de bepaling in artikel 7:686a lid 2 BW waarin is geregeld dat gedingen als deze met een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.