BNB 2013/102
Overschrijding vervoerstermijn douanevervoer: onttrekking of niet-voldoen aan verplichtingen. Verschuldigdheid BTW. Prejudiciële vragen
HR 12-10-2012, ECLI:NL:HR:2012:BQ6098, m.nt. G.J. van Slooten
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 oktober 2012
- Magistraten
Mrs. Van Vliet, Punt, Sterk, Van Loon, Fierstra
- Zaaknummer
10/01243
- Conclusie
A-G van Hilten
- Noot
G.J. van Slooten
- LJN
BQ6098
- JCDI
JCDI:ADS913918:1
- Vakgebied(en)
Accijns en verbruiksbelastingen (V)
Douane (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2012:BQ6098, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑10‑2012
ECLI:NL:PHR:2012:BQ6098, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑05‑2011
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑05‑2010
- Wetingang
Art. 203 lid 1 en art. 204 Communautair douanewetboek, art. 356 lid 1 en art. 859 lid 2 Uitv.verord. Communautair douanewetboek; art. 7 Zesde richtlijn, art. 18 lid 1 onderdeel c Wet OB 1968
Essentie
Overschrijding vervoerstermijn douanevervoer: onttrekking of niet-voldoen aan verplichtingen. Verschuldigdheid BTW. Prejudiciële vragen
Samenvatting
Belanghebbende heeft aangifte gedaan tot plaatsing van een dieselmotor onder de douaneregeling extern communautair douanevervoer. De motor is circa twee weken na de datum waarop de vervoerstermijn eindigde door de geadresseerde van de regeling aangebracht bij het douanekantoor van bestemming en aangegeven voor de douaneregeling actieve veredeling. Belanghebbende heeft geen informatie gegeven over het verblijf van de motor voorafgaand aan het tijdstip van aanbrengen en heeft geen beroep gedaan op art. 356 lid 3 UCDW (termijnoverschrijding wegens omstandigheden die niet aan de vervoerder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.