Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/2.6.1
2.6.1 Inleiding
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS591606:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Overtuigd van de mogelijkheid onder meer: Van der Graaf 2002, p. 174; Galjaart 2006, p. 107; Van Veen 2010, p. 56-57. Twijfelend onder meer Tervoort 2007a, p. 132; Tervoort 2012, p. 249. Zie ook Clumpkens 2009, p. 67. Tijdens het op 15 juni 2016 gehouden congres waarin het concept-rapport van de werkgroep-Van Olffen werd besproken, stelde de naamgever van die werkgroep dat volgens hem verpanding naar huidig recht niet mogelijk is.
Vgl. Hof Den Bosch 11 maart 2014, JOR 2014/149(VIRMCV), waarin een pandrecht van een commanditaire vennoot op het saldo van zijn kapitaalrekening rechtsgeldig werd geacht.
Vgl. 2.2.2.4 (SEP), 2.2.3.2 (SCP), 2.2.4.4 en 2.2.4.5 (GbR) en 2.2.5.4 (partnership).
In de praktijk is (de wens tot) verpanding van een aandeel in een personenvennootschap geregeld aan de orde, bijvoorbeeld ter financiering van een kapitaalinleg. De kosten van financiering hangen mede af van de zekerheden die kunnen worden verschaft. Het is dus van belang om na te gaan of dergelijke verpandingen mogelijk zijn. Naar huidig recht wordt dat wel betwijfeld.1 Naar mijn mening is verpanding mogelijk, mits met instemming van de medevennoten.2
Deze instemming kan al generiek in de maatschapsovereenkomst worden verleend. Mijn benadering sluit goed aan bij het Franse, Duitse en Engelse recht.3