Het voorlopig getuigenverhoor
Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/341:341 Formele belemmering
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/341
341 Formele belemmering
Documentgegevens:
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS452252:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Amsterdam 4 november 2003, ECLI:NL:RBAMS:2003:AN9669, NJF 2004, 254.
Hof ’s-Hertogenbosch 24 maart 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BL9119, JOR 2011, 233.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het oordeel dat een min of meer formele belemmering, waardoor een vordering in de hoofdzaak op het moment van het beoordelen van het voorlopig getuigenverhoor nog niet kan worden ingesteld, niet betekent dat onvoldoende belang bij het verzoek bestaat, is logisch. Een voorlopig getuigenverhoor kan voorafgaand aan de hoofdzaak worden gehouden; het doet er niet toe om welke reden de hoofdzaak niet is begonnen. Dat kan de vrije keuze van de verzoeker zijn, die eerst wil afwachten wat de getuigenverklaringen opleveren voordat hij zijn vordering in de hoofdzaak instelt, maar dat kan ook een formele belemmering zijn die het instellen van de vordering in de hoofdzaak (nog) tegenhoudt.
Wel kan een formele belemmering worden geplaatst in de sleutel van de zwakke materiële vordering. In een zaak waarin een procedure op de voet van art. 477a Rv. nog niet kon worden ingesteld omdat nog geen executoriale titel was verkregen en vanwege het bepaalde in de artikelen 723 jo. 722 jo. 704 Rv, overwoog de rechtbank dat het zeer wel denkbaar was dat de bevoegdheid een hoofdzaak te beginnen zou ontstaan, hetgeen vertaald kan worden als een redelijk sterk materieel recht.1 Hetzelfde heeft naar mijn mening te gelden als de hoofdzaak is begonnen, maar wordt geschorst. In een zaak waarin de hoofdzaak door een faillissement was geschorst, werd overwogen dat de verzoeker geen rechtens te respecteren belang had bij een voorlopig getuigenverhoor zolang niet vaststond dat de hoofdzaak zou worden voortgezet.2 Naar mijn mening dient niet te worden uitgegaan van een zwak materieel recht als de verzoeker in zijn verzoekschrift aangeeft dat hij zijn vordering heeft ingediend in het faillissement en dat de curator hem heeft medegedeeld zijn vordering te betwisten. Immers, als de verzoeker tijdens de verificatievergadering de vordering betwist, dan zal de geschorste procedure worden voortgezet (zie hierover ook nr. 145).