Einde inhoudsopgave
RvdW 2013/1025
Overschrijding redelijke termijn in cassatiefase. HR: art. 80a RO.
HR 02-07-2013, ECLI:NL:HR:2013:127
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
2 juli 2013
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, B.C. de Savornin Lohman, V. van den Brink
- Zaaknummer
12/01384
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2013:127, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 02‑07‑2013
ECLI:NL:PHR:2013:84, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑06‑2013
Essentie
Overschrijding redelijke termijn in cassatiefase. HR: art. 80a RO.
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 29 december 2011, nummer 20/003046-11, in de strafzaak tegen: [Verdachte]. Adv.: mr. R. Mahovic, te Maastricht.
Uitspraak
Hoge Raad:
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R. Mahovic, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft schriftelijk het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep met toepassing ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.