Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/IV.B.6:IV.B.6. Art. 4:145 BWen het tuchtrecht
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/IV.B.6
IV.B.6. Art. 4:145 BWen het tuchtrecht
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS410508:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamer vanToezicht Almelo 11 mei 2005, EstateTip Review 2005-34, Den Haag: Boom Juridische uitgevers.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De werking van art. 4:145 BW heeft belangrijke gevolgen voor de notariele praktijkuitoefening. Dit werd mede duidelijk uit een uitspraak die op 11 mei 2005 door de Kamer van Toezicht Almelo1 werdgedaan. De casus was als volgt.
De betreffende erflater overleed onder het nieuwe erfrecht en liet zes erfgenamen, waaronder klaagster, achter, ieder voor een/zesde gedeelte. In de boedel bevond zich een perceel landbouwgrond dat verkocht werd. De notaris heeft aan de erfgenamen volmachten verstuurd en de datum voor de levering vastgesteld.
Vier dagen na het 'transport' is de executeur gebleken dat de notaris aan elk van de erfgenamen een/zesde deel van de netto-verkoopopbrengst heeft uitbetaald. Op een namens de executeur aan haar zusters en broer gedaan verzoek om het per abuis uitbetaalde bedrag terug te storten is niet gerea-geerd.Vervolgens heeft de executeur de notaris aansprakelijk gesteld voor de schade ten gevolge van zijn onjuiste handelwijze, waarna de notaris schriftelijk heeft aangegeven dat naar zijn mening correct is gehandeld en dat voor de wijze van afhandeling niet de toestemming van de executeur vereist was.
De executeur heeft er echter op gewezen dat schade is ontstaan door de handelwijze van de notaris, zoals het verschuldigd worden van heffingsrente van de fiscus, omdat uit de verkoopopbrengst een oude inkomstenbelasting-schuldhadmoeten worden voldaan.
De notaris gaf aan dat het naar zijn mening op de weg van de executeur hadgelegen, temeer nu zij bij het passeren van de akte aanwezig was, om hem duidelijk te informeren omtrent de door haar gewenste overboeking naar het rekeningnummer van de erven. Zonodig had de notaris dan de mogelijkheid gehad de bedragen onder zich te houden. De Kamer vanToezicht maakt korte metten met de handelwijze van de notaris en legt hem als tuchtmaatregel een waarschuwing op. De overwegingen zijn helder. Gezien het belang van de materie voor het notariaat is het woordaan de tuchtrechter:
'5.2 Gelet op het bepaalde in artikel 4:145 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) konden in deze zaak de erfgenamen niet zonder medewerking van klaagster als executeur belast met het beheer van de goederen der nalatenschap (of machtiging van de kantonrechter) over die goederen of hun aandeel daarin beschikken,voordat haar bevoegdheid tot beheer was geëindigd. Krachtens het bepaalde in het tweede lid van voormeld artikel vertegenwoordigde klaagster als executeur gedurende haar beheer de erfgenamen in en buiten rechte bij de vervulling van haar taak.
5.3. Het verwijt dat klaagster de notaris maakt terzake van het uitbetalen van delen van de netto verkoopopbrengst aan de erfgenamen in plaats van dit gehele bedrag te storten op de rekening van de erven treft doel. Naar het oordeel van de Kamer zijn er enkele momenten geweest, voor het moment van betalen, waarop klaagster haar voorkeur hadkunnen uitspreken, verduidelijken of toelichten. Dit neemt echter niet weg dat de notaris op basis van de hem ter beschikking staande gegevens wist dat klaagster executeur was. Dat gegeven brengt, gelet op het bepaalde in artikel 4:145 BW, met zich dat de notaris de bedragen niet had mogen uitbetalen zonder medewerking van de executeur. Bovendien rustte op de notaris dienaangaande de plicht tot onderzoek. Het voorgaande leidt tot gegrondverklaring van dit onderdeel van de klacht en impliceert dat de reactie van de notaris in de brief van [...] niet correct is. In het bijzonder is het verkeerd dat de notaris zijn reacties op de brieven waarin hij is gewezen op de onjuistheid van zijn handelen in rekening heeft gebracht.' (Curs.
BS)
Duidelijker dan de annotator van de zijde van de KNB kan het niet gezegd worden:
'Sinds het in werking treden van het nieuwe erfrecht op 1 januari 2003 is de positie van de executeur een andere dan daarvoor.'
Inderdaad. De beschikkingsonbevoegheidsregel van art. 4:145 lid 1 BW maakt deel uit van de drietand van executele. Thans nog een blik op een ander aspect van de ware aard: de beloning. Hierbij kan met name het intern verbintenisrechtelijk aspect: de quasi-overeenkomstgedachte nogmaals getoetst worden.