Zekerheid voor de vastgoedfinancier
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/1.6:1.6 Relevantie
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/1.6
1.6 Relevantie
Documentgegevens:
S.J.L.M. van Bergen, datum 13-11-2018
- Datum
13-11-2018
- Auteur
S.J.L.M. van Bergen
- JCDI
JCDI:ADS625436:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderzoek is zowel wetenschappelijk relevant als van belang voor de commercieel vastgoedpraktijk. Enerzijds beoogt het onderzoek een nieuw licht te werpen op de hypothecaire bevoegdheden naar Nederlands recht wanneer het hypotheekrecht is gevestigd op commercieel vastgoed. Door nieuwe bevoegdheden te onderzoeken en daarbij de al bestaande Nederlandse hypothecaire bevoegdheden grondig te analyseren, te concretiseren en te verduidelijken en door eventuele leemtes op te vullen, wordt op het terrein van hypothecaire bevoegdheden een bijdrage geleverd aan de wetenschap op dit terrein. De wetenschappelijke relevantie is anderzijds gelegen in het ontsluiten van het Engelse (hypotheek)recht en de wijze waarop hypothecaire bevoegdheden in de Engelse praktijk invulling krijgen. Daarover is in Nederland nog maar weinig gepubliceerd.
Vanuit de praktijk is een zoektocht naar alternatieven voor executieverkoop vooral urgent onder slechte economische omstandigheden, waarin de verkoopmarkt voor commercieel vastgoed stagneert. De crisis van 2008 vormt hiervan een duidelijk voorbeeld. Als in zo’n geval een verliesgevende verkoop kan worden uitgesteld of afgewend, worden zowel hypotheekhouder als hypotheekgever daar beter van. Het nut van eventuele alternatieven is daartoe echter niet beperkt. Ook onder ‘normale’ omstandigheden kan het voor een hypotheekhouder zinvol zijn dat het hypotheekrecht flexibel is, zodat hij uit meerdere bevoegdheden kan kiezen om te voorkomen dat waarde verdampt door een (te) spoedige verkoop. In meer gevallen is dan maatwerk mogelijk, wat uiteindelijk de hypotheekhouder – maar ook de hypotheekgever – ten goede zal komen.