RO 2022/50
Kan een bestuurder zich bij aansprakelijkheid op de voet van art. 2:248 BW vanwege schending van de boekhoudplicht disculperen met een beroep op de onderlinge taakverdeling binnen het bestuur?
Rb. Overijssel 08-06-2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:1768
- Instantie
Rechtbank Overijssel
- Datum
8 juni 2022
- Magistraten
Mr. T.J. Thurlings-Rassa
- Zaaknummer
C/08/246104 / HA ZA 20-136
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS668278:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBOVE:2022:1768, Uitspraak, Rechtbank Overijssel, 08‑06‑2022
ECLI:NL:RBOVE:2021:1445, Uitspraak, Rechtbank Overijssel, 24‑03‑2021
- Wetingang
Art. 2:248 BW
Essentie
Bestuurdersaansprakelijkheid. Disculpatie. Matiging.
Leidt de (informele) onderlinge taakverdeling binnen het bestuur ertoe dat de bestuurder zich op grond van artikel 2:248 lid 3 BW kan disculperen? Bestaat er grond voor (individuele) matiging van het bedrag waarvoor de bestuurder op grond van artikel 2:248 BW aansprakelijk is?
Samenvatting
De rechtbank heeft in het tussenvonnis in deze zaak geoordeeld dat het bestuur van ’t Twentse Kozijnen Huis B.V. zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld, nu o.a. geen boekhouding is bijgehouden over andere jaren dan 2015. Vervolgens heeft zij de zich op de disculpatiemogelijkheid van lid 3 beroepende ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.