Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/10.3.4.3:10.3.4.3 Beoordeling van enkele rechtstheoretische aspecten
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/10.3.4.3
10.3.4.3 Beoordeling van enkele rechtstheoretische aspecten
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS607820:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ondanks de relatief ruime invulling van het begrip ‘kind’ in art. 15 lid 1 onderdeel b WBR, is er bij deze bepaling geen sprake van volledige neutraliteit ten aanzien van de gekozen samenlevingsvorm. Een kind van de partner met wie degene die zijn bedrijf overdraagt samenwoont, wordt namelijk niet als een ‘kind’ beschouwd. Voorts wordt de ongehuwde en niet-geregistreerde partner van een familielid niet tot de familiekring gerekend.
De kring van familieleden in art. 15 lid 1 onderdeel b WBR is scherp omschreven, hetgeen naar mijn mening kan worden verklaard op basis van de facilitaire functie. Een open norm zou de suggestie kunnen wekken dat de vrijstelling ook geldt in situaties waarvoor zij niet is bedoeld.
De familiekring van art. 15 lid 1 onderdeel b WBR wijkt af van de kring van verbonden personen in de zin van art. 3.91 en 3.92 Wet IB 2001. Dat vind ik ook begrijpelijk, omdat de familiekring hier een facilitaire functie heeft, en niet een vereenzelvigingsfunctie c.q. een antiontgaansfunctie.
Wat betreft de uniformiteit van het begrippenkader merk ik op dat het begrip ‘kind’ als bedoeld in art. 15 lid 1 onderdeel b onder 1° WBR bijna identiek is aan hetzelfde begrip in art. 1.4 Wet IB 2001. Aangezien het begrip ‘kind’ in de inkomstenbelasting mede een facilitaire functie heeft, acht ik dit begrijpelijk.