BNB 2026/74
Aansprakelijkstelling voor vergrijpboete naast strafrechtelijke veroordeling. Strijd met het una-viabeginsel
HR 10-04-2026, ECLI:NL:HR:2026:586, m.nt. F.J.P.M. Haas
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 april 2026
- Magistraten
Mrs. Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
25/01557
- Conclusie
A-G Koopman
- Noot
F.J.P.M. Haas
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD105456:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Aansprakelijkheid
Fiscaal bestuursrecht / Aangifte
Fiscaal strafrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Boete
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:586, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑04‑2026
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑04‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1399, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑12‑2025
- Wetingang
Essentie
Aansprakelijkstelling voor vergrijpboete naast strafrechtelijke veroordeling. Strijd met het una-viabeginsel
Samenvatting
Belanghebbende was bestuurder van een BV. Aan de BV opgelegde naheffingsaanslagen loonheffingen en rentebeschikkingen over tijdvakken in de periode 2011 t/m 2013 en een vergrijpboete 2013 zijn onbetaald gebleven. De Ontvanger heeft belanghebbende als bestuurder van de BV hiervoor aansprakelijk gesteld. Bij onherroepelijk geworden strafvonnis is belanghebbende veroordeeld voor het feitelijk leiding geven aan onder meer het onvolledig of onjuist doen van aangiften voor de loonheffing in tijdvakken gelegen in de jaren 2011 en 2012. Volgens het Hof wordt met de aansprakelijkstelling van belanghebbende voor de vergrijpboete 2013 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.